De projectoren

De projectoren

€ 45,00

Dit boek is nog niet verschenen, u kunt wel alvast een exemplaar reserveren.
  • Synopsis

    Een voormalige partizaan is in het Velebitgebergte als figurant betrokken bij de opnames van de Winnetou-films. Decennia later vinden op precies dezelfde locatie de brute gevechten in de Joegoslavische Oorlogen plaats – en te midden van dit alles moet een groep jonge rechtsextremisten uit Dortmund de zinloosheid van hun ideologie onder ogen zien. Ondertussen wordt er in Leipzig, tijdens een conferentie in een psychiatrische kliniek, over de teksten van een voormalige patiënt gediscussieerd: hoe is hij erin geslaagd spoorloos te verdwijnen? Kon hij de toekomst voorspellen? En wat verbindt hem met de schrijver en wereldreiziger dr. May, die ook ooit patiënt was in de kliniek?  

    Van Leipzig tot Belgrado, van Oost-Duitsland tot de Volksrepubliek Joegoslavië, van filmisch spektakel tot avonturenroman – genadeloos en tegelijk poëtisch vertelt De projectoren het verhaal van ons door het verleden verscheurde heden.

  • Recensies

    Over eerder werk:

    ‘Clemens Meyer heeft de meest ontroerende en gruwelijke roman van het seizoen geschreven.’ Der Spiegel 

    ‘Als de wereld zo doorgaat, […] zal De projectoren zal een van de romans zijn die lezers eens in de tien jaar weer uit de kast halen, zoals De Toverberg.’ Frankfurter Rundschau 

    ‘Clemens Meyers duizend pagina’s tellende, wilde epos is een uitdaging. En dat is maar goed ook.’ Die Zeit 

    ‘Een keerpunt voor de literatuur.’ Welt am Sonntag

    ‘Geweldige vertelkunst.’ Tagesspiegel

  • Fragment

    EEN

    [THE TOWER OF GÜNTZ]

    ‘Uw Duits is echt goed, really good, mister…’

                ‘Dank u, doctor. Het is een lange traditie in onze familie. Mijn overgrootvader was hier Amerikaans consul.’

                ‘In Leipzig? Of you mean in Berlijn?’

                ‘Nee, niet in Berlijn, doctor. Met hier bedoelde ik eigenlijk een kleine stad, niet ver van Leipzig. In de bergen.’

                ‘In het Ertsgebergte?’

    ‘Ja, het Ertsgebergte, doctor, het Erzgebirge. Een prachtige Duitse naam.’

    ‘Wonderful, indeed! Wij Duitsers vergeten vaak de duistere pracht van onze taal.’

    ‘Duistere pracht, dat hebt u… prachtig gezegd, doctor!’

    ‘Nou, uw taal fascineert mij ook, de taal van uw land dus, breed en plat en luchtig tegelijk. Hoe zou het in het Amerikaans klinken… The Archmountains?’

    ‘De… Aars-Mountains, doctor?’

    ‘Mijn uitspraak, neem me niet kwalijk. De Saksen laten hun tong slepen, zoals wij zeggen.’

    ‘O nee, uw Engels is beslist…’

    ‘Thank you! De Ertsbergen, de Archmountains. Vanwege de Erzengel, de aartsengel, begrijpt u? The archangel. Maar ik hoef u niets te vertellen, u bent tenslotte Amerikaan, mister…’

    ‘Is de aartsengel dan een ertsengel, doctor? Een engel van vloeibaar erts… roodgloeiend?’

    ‘Nee, dat niet, u hebt gelijk. Misschien kun je het beter vertalen met The Iron Mountains,maar genoeg hierover. U bedoelde vast het Amerikaanse consulaat in Annaberg-Buchholz.’

    ‘Inderdaad, doctor! Als mijn overgrootvader die namen uitsprak, klonken ze voor ons kinderen als vreemde toverwoorden. Annaberg, Ertsgebergte.’

    ‘In die oude mountains en bossen leven veel sprookjes en legenden, mister…’

    ‘En laten die nou net deel uitmaken van mijn onderzoek, doctor.’

    ‘Zeg toch alstublieft niet de hele tijd doctor, please! U klinkt bijna als een patiënt, mister…’

    ‘Een patiënt? O nee, alstublieft niet, doc…’

    ‘Wees maar niet bang, we hebben het hier heel comfortabel. You can be patient as a patient, grapje. Waar waren we gebleven?’

    ‘Het Amerikaanse consulaat.’

    ‘Yes! The good old negentiende eeuw…’

    ‘Er wordt gezegd dat de tijd stil is blijven staan in Annaberg, doctor.’

    ‘The keizer, the nazi’s of the socialisme?’

    ‘Van alles een beetje, neem ik aan. Misschien een magische plek…’

    ‘Wil dat zeggen dat u Annaberg-Buchholz en het consulaat van uw overgrootvader nooitin reality hebt gezien, nooit de muren hebt aangeraakt, mister…?’

    ‘Ach, de realiteit, doctor… Maar ik ben ernaar op weg, in de voetsporen van mijn overgrootvader en in de voetsporen van dr. May!’

    ‘The good old dr. May! Als we in de bergen wandelden, speelden we zijn avonturen en verhalen vaak na, wat zeg ik: speelden? We waren zijn helden.’

    ‘In de Oriënt of het Wilde Westen?’

    ‘The Wild West natuurlijk! Indianen en cowboys, bandieten en goudzoekers… Ook al zagen zij dat niet graag.’

    ‘Zij?’

    ‘Nou, de autoriteiten, de school, de socialisten. In die tijd waren de boeken van dr. May nog… wat zal ik zeggen…’

    ‘Verboden, doctor?’

    ‘Nee, niet officieel. Laten we zeggen: ongewenst. De voorbode van de verboden, if you understand, mister…’

    ‘Verboden van de voorboden, schitterend! Maar u deed het dus toch, doctor, u hield stand in de bergen, tegen de autoriteiten, tegen de socialisten.’

    ‘Hoe kunt u dat nou zeggen, we waren kinderen. Children!’

                ‘En u zat bij een socialistische wandelclub, doctor, zoiets als de padvinders?’

                ‘Veel meer dan dat! Wij waren de Pioniersorganisatie Ernst Thälmann!’

                ‘Thälmann, de beroemde Duitse arbeidersleider? Onze… docenten vertelden over de grote communisten om te zorgen dat we de vijand begrepen, maar we waren gefascineerd.’

                ‘Fascination communisme, nietwaar, mister…?’

                ‘Al die legenden, doctor! Teddy Thälmanns handen moeten zo groot geweest zijn als kolenschoppen, een communistische Old Shatterhand…’

                ‘Surprise, surprise, geile Gijs!’

                ‘Doctor toch…’

    ‘Ik liet me even gaan, moet ik niet doen. Maar sinds u daarnet bij ons aanklopte, blijft u me verrassen. Thälmann én Old Shatterhand! En ik maar denken dat niemand in Amerika hem kende, die beroemde romanheld van dr. May die zijn vijanden met één dreun tegen de grond sloeg…’

    ‘Maar ik zei toch al dat ik juist daarom hier ben, doctor!’

    ‘Hou toch op met dat gedoctor, please!’

    ‘Neem me niet kwalijk, het komt waarschijnlijk door de plek, de inrichting…’

    ‘Boezemt ontzag in, hè? Dit is een plek van stemmen en van beelden. Ook al heerst er nu silence in de gangen.’

    ‘… die schijnbaar eindeloos zijn, doc…’

    ‘Zo eindeloos als de bergen, de Iron Mountains uit mijn jeugd, mister…’

    ‘Waar u met uw jonge kameraden doorheen wandelde?’

    ‘You say it! Met de rode vlag. Op zoek naar het socialistische bergland. Misschien ook door Annaberg-Buchholz…’

    ‘Wat een lauw misschien, doctor! Wil dat zeggen dat u geen nauwkeurige herinneringen hebt aan die… verloren tijd?’

    ‘Die komt weer terug, dat weet ik absolutely zeker, I am total sure, mister…’

    ‘De legenden worden waarheid, doctor?’‘En omgekeerd!’

    ‘Bravo!’

    ‘Big words! Te grote woorden perhaps, mister…’

    ‘Smith!’

    ‘Dank u! En u hebt gelijk, ik heb lang gedacht dat het maar een van die oude legenden was, the Star-Spangled Banner boven de toppen van het Ertsgebergte, boven de Wipfeln…’

    ‘De Gipfeln, doctor…’

    ‘Wat… eh, what you mean, mister…?’

    ‘In allen Wipfeln ist Ruh, über allen Gipfeln spürest du… Boven elke bergtop heerst rust, in elke boomtop bespeur je amper nog een zucht…’

    ‘O, I understand: de vogels zwijgen in het loof. Wacht maar spoedig…’

    ‘… rust jij ook. Wij houden van jullie klassieken, doctor!’

    ‘Waarmee we weer bij onze dr. May zijn.’

    Bergen in het gesprek tussen de twee heren die door de lange gang lopen, bergen die achter hen opdoemen, uit de woorden tevoorschijn komen, vierkantjes licht op de vloer waar de zon door het doffe glas van de ramen valt, stof in dat licht, ruitjes van stof en licht achter de twee heren, landschappen in de kijkkasten, alleen zichtbaar voor de patiënten die door het raampje in hun deur kijken; de patiënten, die al honderdzeventig jaar in de kamers zitten, zien: bergen vol kloven, witgrijze rotspunten waarboven zich wolken samenpakken, een reusachtige man die een kudde geiten door de dalen leidt, dorpen in de vlakte voor de bergen, een azuurblauwe zee in de verte, een legertruck hobbelt over een onverharde weg die hoog de bergen in loopt; de patiënten zien: schaduwen op de hellingen, geschitter van cameralenzen, in het ochtendlicht, in het avondlicht, indianen sluipen over de hellingen, rookwolkjes van schoten stijgen op, indianen en cowboys vallen op de grond, staan weer op, er wordt een film opgenomen, dan wordt alles donker en zwart, fade-out, er ontstaat een nieuw beeld, andere, zwartere bergen, uitgestorven, bossen op de hellingen tot in de dalen, vochtige nevel, waar een wolf van drinkt, die hij inademt, uitademt, wit glinsterende druppels hangen aan zijn lippen, de wolven keren terug naar de oude bossen en bergen, steken de grens over, die onzichtbaar is, alleen hier en daar resten van hekken tussen de bomen, tranen, wit glinsterend, de grens die werd gesloopt, een andere eeuw…

    ‘Doppen.’

                ‘Eh… what you mean, mister…?’

                ‘Wat is… excuses voor mijn uitspraak… wat is het verschil tussen doppen en toppen?’

                ‘Hoe moet ik dat uitleggen… een dop kan zoveel zijn, de schaal van een ei, een flessendop, doppen sluiten iets af, maar geen bergen, ook niet die in het Ertsgebergte, waar uw grootvader…’

                ‘Over!’

                ‘Wat… eh… is er over, mister…? Moeten we erover ophouden?’

                ‘No, no, it’s alright! Neem me niet kwalijk, sir, maar ik haal de talen een beetje door elkaar.’

                ‘No problem!’

                ‘Ik wilde zeggen dat mijn overgrootvader consul was in Annaberg, niet mijn grootvader. Hij was de laatste consul in Annaberg, negentienhonderdacht. Het consulaat werd gesloten en hij bleef nog een poosje in Europa, tot de oorlog begon. Toen ging hij terug naar Amerika.’

                ‘Amerika… Terug naar die droom, of back uit die droom…’

                ‘Naar die droom, doctor?’

    Gelach in de gang waardoor de twee heren lopen, met hun armen op hun rug, gelach dat de twee heren niet lijken te horen, ze praten en lopen door, soms langzamer, soms sneller, de gang lijkt breder en langer te worden, nu eens is het einde in zicht, een donkerrode bakstenen muur zonder deuren, oud en verweerd, de stenen zwart als na een brand, dan weer welven en ronden de wanden zich en beweegt de gang zich als een steeds smaller wordende buis tot in het oneindige, een verrekijker, inschuifbaar, uitschuifbaar; gelach in die gang, dat eerst heel zacht en heel fijntjes het glas van de tralieraampjes in de deuren beroert, het glas doet rinkelen, gelach dat ongemerkt steeds harder en dan weer zachter wordt, dat een gegiechel en gehoest is, ogen achter de raampjes, die als optische lenzen de twee mannen vervormen, soms groter, soms kleiner doen lijken, zoals ook de gang langer en korter wordt, en de krankzinnigen kijken vanuit hun kamer, als ze niet op hun bed liggen te slapen of naar het plafond staren en de minuscule stofjes tellen die in het licht zweven dat door het tralieraampje hun kamer binnendringt, terwijl hun gelach als de geluidspuls van een echolood al die deurloze muren betast, witte wanden betast, roodzwarte brandmuren betast, de twee heren aftast die door de gangen lopen, met hun handen op hun rug, en in hun gesprekken doordringt; steeds dieper en verder beweegt het gegiechel van de krankzinnigen zich in de vele hoekjes en verdiepingen van het bakstenen complex, totdat het schallende gelach uiteindelijk een man beroert, prikkels van alle kanten, een naakte man beroert die zwijgend midden in zijn kamer zit, met zijn handen in zijn schoot, zijn handen gevouwen, hij heeft een soort tulband om zijn hoofd gewikkeld, die niet meer is dan een lap groen-witte stof (of een handdoek uit een van de waslokalen), de zilverwitte baard van de man begint te knisteren alsof hij statisch geladen is, de muren van zijn kamer zijn dicht beschreven, zoveel woorden, zinnen, boven elkaar, ineengestrengeld, woorden, gecomprimeerd, zinnen, in cirkels, beelden, woorden, zinnen, boven elkaar, door elkaar, als vreemde tekens…

    ‘Ik bewonder u en uw… inrichting, doctor, hoe u probeert orde in de chaos te scheppen.’

                ‘Ach, weet u, we volgen hier zoveel stemmen dat we vaak zelf het spoor bijster raken.’

                ‘U hoort de patiënten, ook als u geen dienst hebt?’

                ‘Ik heb altijd dienst! En het is vooral één patiënt. Onze fragmentarist. Hij vertelt en vertelt en schrijft de muren vol.’

                ‘Een fragmentarist, doctor?’

                ‘We call him so omdat hij de wereld alleen nog in fragmenten waarneemt. Oorlog en vlucht wounded his mind.’

                ‘En hij schrijft de muren van uw inrichting vol?’

                ‘O ja, night and day!’

                ‘O wee, o wee, u maakt wat mee, doctor.’

                ‘Dat hebt u heel mooi gezegd. Een Amerikaan rijmt in een andere taal op een voorzet die zijn gastheer in het Amerikaans geeft.’

    ‘Eh… ja, doctor.’

                ‘Ik hoop dat u begrijpt dat ik de verleiding niet kan weerstaan om af en toe uw fascinerende taal te bezigen.’

                ‘Het is me een genoegen om ver van de heimat…’

                ‘Maar een paar heimatgevoelens moet u hier toch hebben, door uw great-grand… eh, grand-great… or, eh, your double-grand-vader!’

                ‘Die overgrootvader was als een Duitse geest in ons Amerikaanse huis.’

                ‘Een boze geest?’

                ‘Nee, dat zou ik niet willen zeggen. Ook al heeft hij lang geprobeerd de Führer te begrijpen. Hij was altijd een voorstander van een… een soort akkoord…’

                ‘You mean the appeasement, mister…?’

                ‘Precies, doctor! Ik ben inmiddels ook al te lang in Europa en vergeet de klanken van mijn eigen land.’

                ‘Don’t worry! Wat uit het raam valt, comes very often back door de deur!’

                ‘De ramen van ons huis, doctor… Ik zie hem daar nog staan, bijna honderd jaar oud…’

    ‘De Führer? Kleine joke. U bedoelt uw overgrootvader.’

                ‘… en zijn witte haar wapperde in de wind, en steeds weer riep hij in de lente- of winterlucht, alsof hij het verleden aanriep: Hap hap hap, wie lust er een bordje pap, eet allemaal zoveel je kan, maar alsjeblieft niet je buurman. Hij droomde al heel vroeg van een Duits-Amerikaans front tegen het bolsjewisme. Hij had het hele huis volgehangen met passementen die hij in negentienhonderdtwaalf uit…’

                ‘Ah… versierselen, trompetgeschal, de bazuinen van Jericho. Sorry, another poor joke, mister… eh…’

                ‘Smith!’

                ‘Het is dus echt waar, mister Smith, dat het consulaat ooit werd geopend om de handel in die beroemde, in de hele wereld geliefde uniformversierselen uit het Ertsgebergte ter plekke te controleren?’

                ‘U bent uitstekend op de hoogte, doctor. Ik dacht altijd dat het consulaat hier werd dood-dood-dood…’

                ‘You mean doodgezwegen, meneer Smith? Maar wij hadden toch heemkunde!’

                ‘Heemschut, doctor?’

                ‘Kunde, niet schut. Het populaire schoolvak heemkunde, niet te verwarren met het niet zo populaire schoolvak staatsburgerkunde, informeerde ons in de tijd van de Koude Oorlog, de frigid war, als ik dat zo vrij en ietwat… eh… creatief mag vertalen, over die ooit in de hele wereld toonaangevende passementenproductie in het Ertsgebergte…’

                ‘Even een vraag tussendoor, doctor, maar hebt u goede herinneringen aan die tijd van het socialisme? Frigide, zoals u het zojuist formuleerde, was uw kleine landje toch niet. Ik heb gehoord over geweldige nudisten-camps…’

                ‘Praat me er niet van! Ik haatte de naaktloperij van de arbeidersklasse. Mijn moeder nam me mee naar die stranden, mijn hele kindertijd zat vol piemels en tieten en konten en…’

                ‘Maar dat is afschuwelijk, doctor!’

                ‘Indeed, indeed!’

                ‘Wat ik wilde zeggen: in Amerika denken veel mensen dat het hier een soort GOELAG was.’

                ‘Hier? In de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz in Leipzig-Thonberg?’

                ‘Nee, met hier bedoelde ik dit land, uw land, doctor, dus het oude land…’

                ‘Dat ooit een nieuw Duitsland was! Hoe stond het ook weer zo mooi in onze Kinderhymne: “Wees niet zuinig met zorg en vlijt/ niet met hartstocht en verstand/ zodat een goed Duitsland gedijt/ zoals elk ander goed land.”’

                ‘Dat is pure poëzie, doctor! En wat kunt u mooi zingen…’

                ‘Poëzie, utopie. En toch denken uw landgenoten dat de Duitse Democratische Republiek een GOELAG was?’

                ‘Waar socialisme op staat, daar zit Stalin in…’

                ‘Nou, mister…’

                ‘Smith, doctor.’

                ‘Ik was een jongeman, mister Schmidt. In veel opzichten was ik gelukkig. In andere ongelukkig, net als nu.’

                ‘Wilde u nooit reizen? Amerika…’

                ‘Reizen, ja. Maar liever naar de Oriënt. Van Bagdad naar Istanboel. Door de woestijn, de Nijl af, door het donkere Soedan richting de bron, misschien tot aan het verdwenen Tsjaadmeer. De Afrikaans-Oriëntaalse dromen van onze dr. May! Maar in Amerika I have been very often.’

                ‘In Amerika? U bedoelt na de val van de Muur?’

    ‘Nee, nee, mister Smith, long before the Wende. Toen ik klein was, gingen we vaak naar Amerika.’

                ‘Wilt u daarmee zeggen dat u een Amerika verzon, zoals dr. May het ooit verzon voor zijn romans?’

                ‘Zoals u misschien weet, mister Schmidt, geloof ik in de Amerikaanse reizen en avonturen van dr. May. I am a believer!’

                ‘Nou, doctor, er zijn vast feiten te vinden of te creëren…’

                ‘Ik ga niet zover om te beweren dat alles in dr. May’s wildwestromans waar is. Wapens zoals het Henry-geweer met het 25-schots magazijn of de geweldige berendoder horen eerder thuis in de categorie hengstenpik en veelspuiter, of liever gezegd andersom.’

                ‘Ik moet protesteren, doctor!’

                ‘Nee, mister Smith, dr. May reisde door het Wilde Westen in de tijd van de indianenoorlogen! De wreedheden van uw landgenoten hebben hem echt een trauma bezorgd.’

                ‘Ik moet opnieuw protesteren, doctor!’

                ‘Protest opnieuw voor kennisgeving aangenomen, mister Schmidt. Maar the war was waar, als ik het een keertje zo mag zeggen.’

                ‘Laten we ophouden over de indianenoorlogen, doctor. Want ik ben van mening dat dr. May al tussen achttienhonderdvijfenzestig en achttienhonderdzeventig meer dan eens door de Oriënt reisde, maar niet door de Verenigde Staten.’

                ‘Mijn feiten, mister Smith, wijzen duidelijk in de richting van het Wilde Westen!’

                ‘Maar het is toch bewezen dat dr. May pas een paar jaar voor de eerste grote oorlog naar Amerika ging. Toen was onze strijd tegen de krijgslustige indianen allang voorbij, doctor, en het westen was niet meer wild!’

                ‘Alstublieft, mister Schmidt, hou eindelijk op met dat gedoctor. Dulle, gewoon Dulle!’

                ‘Dulle? Meneer…’

                ‘The other way, please. First meneer, then Dulle, mister Schmidt!’

                ‘O, your name is meneer Dulle! Toen we ons aan elkaar voorstelden, heb ik het niet goed verstaan, ik dacht dat u last had van…’

                ‘De hik, mister Schmidt?’

                ‘Gezondheid, meneer Dulle!’

                ‘De Saksen laten hun tong slepen, mister Schmidt. En wat Amerika betreft…’

    ‘Ik ben heel… benieuwd naar uw feiten, meneer Dulle!’

    En even later staan de twee heren op het uitkijkplatform op het dak van de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz naast een gigantische verrekijker, die als een kanon op het vlakke land achter de laatste huizen van de stad is gericht. En langzaam kleurt de lucht, strepen rood dat nog roze is en donkerder wordt in de vallende schemering, en de twee heren kijken uit over de volkstuintjes die zich tussen de rijen huizen en de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz wringen, perceel aan perceel, een kring van volkstuintjes, in het midden de inrichting, het kasteel, zoals de volkstuinders de inrichting noemen, ‘doctor Güntz is hetzelfde als zijn vader en zijn grootvader,’ fluisteren ze tussen de bedden en prieeltjes, boven de percelen hangt de rook van de barbecues, ‘dézelfde!’ verbetert een tuin- en natuurliefhebber terwijl hij aanmaakvloeistof over de houtskool verdeelt, ‘maar dat maakt toch geen verschil,’ spreekt weer een andere barbecue- en tuinspecialist hem tegen, ‘doctor Güntz zit sinds achttienhonderdnegenendertig in zijn kasteel,’ fluisteren de volkstuiniers (en volkstuiniersters!), ‘maar hij heeft veel namen, Dulle, Sternau, Güntz,’ en ze wakkeren het vuur van de barbecue aan, want de kooltjes moeten gloeien voordat het vlees op het rooster gaat. ‘De dottores lopen in en uit, knappe koppen naar verluidt,’ rijmt de vrouw van een belezen tuinliefhebber terwijl ze het bloederige vlees keert, en boven de daken van de huizen hangt nog de lichtheid van de avond voor de zwaarte van de nacht.

                En de twee heren op het uitkijkplatform brengen hun vlakke hand naar hun voorhoofd, boven hun ogen, alsof ze salueren. Achter hen, midden in het park van de inrichting, rijst de donkere, zwart verweerde Güntztoren op tussen kleine bomen en struiken, werpt zijn schaduw op het uitkijkplatform met de verrekijker, werpt zijn schaduw op het dak van het hoofdgebouw van de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting.

    ‘En nu, beste mister Smith, kijkt u tot in Amerika!’

                ‘Laat me raden: binnen in die buitensporig grote telescoop krijg ik projecties te zien, nietwaar, meneer Dulle?’

                ‘Helemaal niet, mister Smith.’

    ‘Hm, maar het gaat toch om een element van de beroemde geovisuele hypnosetherapie van dr. Güntz? Een soort stereopticon, droombeelden en optische illusies verbinden zich met het landschap. Waarschijnlijk stond onze dr. May als patiënt zelf ooit hierboven!’

    ‘Nee, nee, mister Smith, zo oud is onze speciale telescoop nu ook weer niet. Hoewel de firma Pentacon, kijk hier, het logo…’

    ‘Ah, Pentacon uit Dresden, voorheen Zeiss Ikon. Er wordt gezegd dat de Sovjets, de kgbdus, ooit de beste klanten waren…’

    ‘Schei toch uit met die koude legenden uit een oude oorlog, mister Smith. De kgb! Hooguit de Staatsveiligheidsdienst.’

    ‘Ik durf het amper te vragen, meneer Dulle, maar de…’

    ‘Vraag het dan niet, mister Smith! Bij de naam Pentacon moeten we aan de verworvenheden van de multi-optische vastlegging en weergave van beelden denken, temeer daar onze geachte dr. Güntz al in achttienhonderdachtennegentig een bioskop in de stijl van de gebroeders Skladanowsky in onze inrichting liet installeren.’

    ‘Een bioskop? Een soort cinema dus?’

    ‘Nou, u kent toch waarschijnlijk de toen en ook nu nog revolutionaire theorieën en therapieën van onze doctor.’

    ‘Licht en droom, meneer Dulle.’

                ‘En daarom verzoek ik u nu door het oculair te kijken, mister Smith. We zouden de sterren dichterbij kunnen halen, maar we willen—’

                ‘De nieuwe wereld?’

    En ook later, als ze in de witte kamer van dr. May staan (een ouderwets peertje bromt aan het plafond, een bed een tafel een stoel, voor het raam de schaduwen en stemmen in het avondlijke park), ziet de man die zich heeft voorgesteld als mister Smith de beelden die de grote verrekijker hem toonde: een stationsgebouw in een dal, beboste berghellingen, een rivier, spoorwegemplacementen, een lorrie op een zijspoor, het bord op het steenrode stationsgebouw kon hij in de vallende schemering amper onderscheiden, amerika/saksen.

                Maar toen hij de telescoop van de firma Pentacon, voorheen Zeiss Ikon, voorzichtig bewoog, millimeters bewoog, fracties van millimeters, want één onvoorzichtige draai bracht hem tot ver over de Tsjechische grens, werd hij verblind door een licht… ‘Wat ziet u precies in ons Saksische Amerika, mister Smith?’

                Er liggen maar een paar verweerde kartonnen kaartjes op de grond voor het station, naast de rails, op het perron, afgestempeld, geknipt en ongeldig gemaakt, We gaan gaan gaan naar A-me-ri-ka!, kinderen die hun kaartje Amerika, heen en terug in hun broekzak steken, in een rugzakje stoppen omdat ze het de volgende dag op school aan hun vrienden willen laten zien… was dat een snackwagen die hij daar zag, op het pleintje voor het station? een dinerzouden ze in Amerika, het echte Amerika, zeggen. Een paar volkstuintjes achter de snackwagen, die zich tegen de berghellingen aandrukten, een plastic statafel voor de felverlichte binnenkant van de wagen, maar nog veel feller de neonletters op het dak van de wagen, die hem verblindden, die door het oculair zijn oog binnendrongen: amerika’s best zoet-zuur china snack.

    ‘Weet u zeker dat u die… diner… ziet, mister Schmidt?’

                ‘Ja.’

                ‘En twee… Aziaten… staan achter de toonbank op klanten te wachten?’

                ‘Ja.’

                ‘Een heel dikke Aziaat en een heel dunne lange Aziaat?’

                ‘Ja.’

                ‘En die twee lijken ergens ruzie over te maken?’

                ‘Ja.’

                ‘En nu bekogelt de dunne de dikke met… noedels?’

                ‘Ja.’

                ‘En andere… mensen… zijn er niet in de buurt?’

                ‘Nee. Ja dus.’

                ‘Ziet u ergens… vuur?’

                ‘Vuur, meneer Dulle? Nee. Ja toch! Er komt een groep mannen aan, die woedend schijnen te zijn. Een van hen draagt een soort fakkel.’

    En in de witte kamer van dr. May staarden de beide heren naar twee woorden, die amper nog te onderscheiden waren op het al lichtelijk grijs geworden wit van de muur: Rex Damagdarut.

                En de man die zich mister Smith noemde vroeg, met het gloeien van de snackwagen op het station Amerika en het gloeien van de fakkel nog in zijn hoofd, of het hier inderdaad om het originele handschrift van dr. May ging.

                Meneer Dulle beaamde dat meteen, de tekst was uit 1865. Het jaar dat dr. May als patiënt in de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz had doorgebracht.

                En de man die zich mister Smith noemde vroeg ook hoe dr. May aan de tekenkool was gekomen, want het was ongetwijfeld tekenkool waarmee dr. May de twee woorden op de muur…

                Waarop meneer Dulle weer eens wees op het organisatietalent van dr. May, die, lang voordat hij als schrijver en reiziger wereldberoemd werd en zijn doctorstitel kreeg, al bekend was om dat organisatietalent, in Saksen en in de omgeving van Saksen, reden waarom hij ook hier in de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz was beland. En van daaruit, of beter gezegd van hieruit naar de werkinrichting Slot Osterstein bij Zwickau werd gebracht.

                De man die zich mister Smith noemde vroeg ook nog of dat merkwaardige Damagdarutniet toch een stad kon zijn of een dorp of een Oost-Duits station, want wat moest, of beter gezegd wat moet je nog uitsluiten als er in Saksen zelfs een plaats bestaat die officieel als Amerika is geregistreerd?

                Meneer Dulle verontschuldigde zich voor zijn tijdelijke verstrooidheid, hij was nog steeds in de war van de plotseling teruggekeerde beelden van de brandende Chinasnackwagen, dat was namelijk in 1992 gebeurd, kort na de grote Wende.

                De man die zich mister Smith noemde was er met behulp van zijn zakcomputer intussen al achter gekomen dat er nergens op de wereld een plaats bestond die Damagdarutheette, maar dat het kleine, sinds 1876 officieel geregistreerde station Amerika tevens een wijk van het stadje Penig was en tot 1994 bij Arnsdorf had gehoord, meneer Dulle moest zich realiseren dat de brandstichting in de Amerikaanse Chinasnackwagen in 1992 derhalve een zaak van Arnsdorf was geweest, maar nu, als het meer dan twintig jaar later opnieuw gebeurde, onder de bevoegdheid van de stad Penig zou vallen.

                En de twee heren staarden naar de muur waarop dr. May, voordat hij als schrijver en reiziger wereldberoemd werd, ooit die raadselachtige woorden achterliet. Rex Damagdarut.

                Meneer Dulle betuigde meer dan eens zijn spijt over het verlies van de patiëntendossiers van dr. May tijdens de onlusten na 1945.

                En de man die zich mister Smith noemde wilde nu weten of de Führer inderdaad ooit in de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz was geweest, natuurlijk niet als patiënt maar als vurig fan van dr. May, wiens wereldwijde carrière misschien wel hier in de Psychiatrische Behandel- en Verpleeginrichting van dr. Güntz was begonnen, of tenminste was bevorderd door de toen en ook nu nog revolutionaire behandel- en onderzoeksmethoden van dr. Güntz. De carrière van dr. May dus, niet die van de Führer.

                En zo stonden de twee heren bevlogen over hun vak te praten, meneer Dulle ontvouwde zijn theorie dat een van de patiënten, die al de helft van zijn leven in de inrichting zat en door iedereen alleen nog ‘de indiaan’ werd genoemd omdat hij in de waan verkeerde er een te zijn en door dr. Güntz zelfs in dat idee werd gesterkt, die zijn haar tot op zijn heupen liet groeien en een lendendoek droeg die eigenlijk een handdoek van de inrichting was en in het park in een soort tipi mocht wonen – dat die patiënt dr. May op het idee had gebracht voor de figuur van het indianenopperhoofd Winnetou.

                En de man die zich mister Smith noemde wees heel onverwachts en tot verrassing van dr. Dulle naar een nauwelijks zichtbare streep onder de r van REX. De twee heren gingen meteen op de grond zitten en wierpen de vraag op of het niet een l kon zijn waar dr. May later een r overheen had geschreven, koning en wet, dat was in sommige tijden immers hetzelfde geweest, en dr. Dulle moest onmiddellijk en bijna tegelijk met mister Smith denken aan de steracteur Lex Barker, die in de jaren zestig van de twintigste eeuw op onnavolgbare wijze de twee helden van dr. May op het witte doek had belichaamd, Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi, die waren in principe immers een en dezelfde, oftewel hetzelfde, dus dr. May himself, en dr. Dulle gaf toe dat hij soms niet meer wist wat het verschil was tussen dezelfde en hetzelfde.

                En de man die zich mister Smith noemde vermoedde dat het oriëntaals klinkende Damagdarut in het universum van dr. May voor het kwade en ontaarde stond, dat die misschien zelfs islamitische REX de heer van de duisternis…

                Maar dat vond doctor Dulle dan toch te speculatief.

  • Details