Woorden na het doden van de boodschappers

Woorden na het doden van de boodschappers

 9,50

Dit boek is nog niet verschenen, u kunt wel alvast een exemplaar reserveren.
  • Synopsis

    Adania Shibli, een van belangrijkste stemmen in de hedendaagse literatuur, hield afgelopen april de eerste Nederlandse pen-lezing op uitnodiging van pen Nederland, dat zich inzet voor internationale samenwerking en tegen censuur. Haar toespraak is een noodzakelijke en indringende analyse van het verlies van de stemmen – van journalisten, schrijvers, inwoners – die door de oorlog in Palestina worden uitgewist, en de gevolgen daarvan voor de Palestijnen. Wat blijft er over als het stil wordt?

    In Woorden na het doden van de boodschappers deelt Shibli haar gedachten over een wereld en een literatuur die zich niet laten bezetten of uitwissen, en die opeisen dat woorden altijd vindbaar zijn.

  • Recensies

    ‘Uit de gruwelijke brokstukken van het verleden componeert Adania Shibli op schitterende wijze een eigen poëtica; een ode aan de niet te stoppen kracht van de verbeelding, zelfs in de meest duistere tijden.’ Joke J. Hermsen

  • Fragment

    halverwege de jaren negentig was ik druk met een breed spectrum aan ongebruikelijke baantjes, waaronder het opzetten en doceren van videoworkshops voor schoolkinderen. Eén zo’n workshop zou plaatsvinden in een lagere meisjesschool in het oude deel van Jeruzalem. Het aantal deelnemers werd bepaald op twintig. Een paar weken voor aanvang van de workshop liet de school me weten dat zo’n honderddertig meisjes zich hadden opgegeven. Ik antwoordde dat er plek was voor maximaal vijfentwintig deelnemers. Dus stelde ik voor dat we alle leerlingen die zich hadden opgegeven zouden vragen een kort verhaal in te leveren. De opdracht was het beschrijven van een gebeurtenis die had plaatsgevonden op weg naar school. De kwaliteit van de ingeleverde teksten zou bepalen wie een plek in de workshop kreeg.

    Na ongeveer een week had ik bijna honderddertig verhalen binnengekregen. Toen ik ze allemaal gelezen had, bleek dat de meerderheid ervan, meer dan honderd verhalen, over dezelfde gebeurtenis ging. Telkens weer werd beschreven hoe de leerlinge die de tekst had geschreven ’s ochtends, op weg naar school, een bejaarde, blinde man was tegengekomen, die ze had geholpen bij het oversteken.

    Indertijd leek mij de enige redelijke aanname dat één leerlinge op dat idee was gekomen, en dat de rest van de meisjes haar had nagedaan – of erger nog, dat ze dit verhaal op school hadden gehoord, van een leraar die de pupillen had willen leren hoe ze zich zorgzaam hoorden te gedragen tegenover hulpbehoeftigen. Anders gezegd, ik concludeerde dat het een gemakkelijk, clichématig verhaal was, van het soort dat kinderen graag navertellen.

    Uiteindelijk bood ik de meeste meisjes die zo’n verhaal hadden geschreven geen plek in de workshop aan, op een paar na, een stuk of vijf misschien, die het op een manier hadden verteld die mij bijzonder leek. Het feit dat de rest van die ongeveer honderd leerlingen, met hun verhaal over de bejaarde, blinde man die ze hadden geholpen bij het oversteken, géén plek in de workshop kreeg, leek me verder niet onredelijk. Ik was van mening dat het hun niet alleen ontbrak aan originaliteit, maar ook aan oprechtheid, en dat ze hun taak als schrijver niet serieus opvatten; ze hadden immers gekozen voor een verhaal dat ze waarschijnlijk van een ander hadden gestolen, of toevallig gehoord. Daarom besloot ik dat ze niet veel te bieden hadden dat het aanhoren waard was.

    Op een ochtend, een paar weken na het begin van de workshop met een stuk of vijfentwintig briljante meisjes, was ik op weg naar de school met de apparatuur die we later die dag nodig zouden hebben bij het filmen. Een paar honderd meter bij de school vandaan zag ik een groep van zo’n honderd meisjes staan schreeuwen en rondspringen om een oude man met een wandelstok, wiens ogen verborgen zaten achter een donkere bril. Ik bleef staan en volgde het gebeuren met mijn blik: een bejaarde, blinde man, die door vele leerlingen werd geholpen bij het oversteken van de straat.

    Terwijl ik aandachtig bleef kijken naar wat er gebeurde, besefte ik de grenzen van mijn begrip van wat en echt vals was, en bovendien hoe oneerlijk ik de meer dan honderd meisjes had behandeld die een verhaal hadden verteld dat heel erg leek op het incident dat zich hier afspeelde. Het voorval bevestigde eenvoudig dat wat ik als een onorigineel, onoprecht verhaal had afgedaan, in werkelijkheid een terugkerende, dagelijkse gebeurtenis was die de meisjes ‘s ochtends op weg naar school meemaakten, en die hen diep aangreep. Het was niet zomaar een clichématig, geplagieerd verhaal, zoals ik had geoordeeld; een oordeel dat voor de meeste leerlingen die het verteld hadden, had geleid tot uitsluiting van de workshop. En nu ik erover nadenk: ik had die verhalen enkel en alleen niet geloofd omdat ze herhaald werden, terwijl die meisjes hadden gerekend op een zorgvuldige lezer, met aandacht voor hun verslag van een terugkerende gebeurtenis die voor hen van veel betekenis was.

    Toen ik die ochtend stond te kijken hoe de leerlingen samen probeerden de bejaarde, blinde man te helpen, vroeg ik me af hoe steeds herhaalde verhalen ons iets kunnen vertellen wat we anders niet zouden kunnen bevatten. Dat zou een persoonlijke zoektocht naar betekenis in het herhaalde zijn, waarbij de herhaling niet uitwist.

  • Details
Uitgeverij Koppernik Boeken Adania Shibli Woorden na het doden van de boodschappers