Fonkelend spektakel uit de voorhoede van de literatuur.

In zijn Nocilla-trilogie – Nocilla Dream, Nocilla Experience en Nocilla Lab – voert Agustín Fernández Mallo talloze verhalen op van mensen en plaatsen die Amerika en de wereld in het digitale tijdperk van de eenentwintigste eeuw weerspiegelen.
In het midden van de woestijn in Nevada staat een afgezonderde populier die versierd is met honderden paren schoenen. Verderop langs Route 50 wordt een eenzame prostituee verliefd op een verzamelaar van gevonden foto’s. In Las Vegas bouwt een Argentijnse man een eigenaardig monument voor Jorge Luis Borges. Op de vlucht voor de autoriteiten neemt Kenny zijn intrek in de wettelijke non-plaats die Singapore International Airport is. In Londen brengt de kunstenaar Jodorkovski uren door met het beschilderen van kleine stukjes kauwgom die vastgekleefd zijn op de stoep. De schrijvers Enrique Vila-Matas en Agustín Fernández Mallo ontmoeten elkaar op een booreiland.
Dit zijn slechts enkele van de verhaallijnen die tezamen de Nocilla-trilogie vormen, die werd binnengehaald als een van de vermetelste hoogtepunten in de Spaanse literatuur. De drie romans staan vol met verwijzingen naar arthousefilms, conceptuele kunst, praktische architectuur, de geschiedenis van computers en de decadentie van de roman. Mallo ontdekt schoonheid in leegte en onthult de essentie van het hedendaagse leven. De trilogie wordt beschouwd als een mijlpaal in de Spaanstalige literatuur en is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

‘De trilogie is een mijlpaal in de hedendaagse Spaanse literatuur.’  The New York Times

‘Dit boek heeft iets heel vreemds en uiteindelijk onkenbaars, op de best denkbare manier.’ Ben Marcus

‘Echt iets voor fans van Cortázar – en voor die van Borges.’  Kirkus Review

‘Alsof je meerdere browservensters open hebt staan, en dwangmatig heen en weer klikt.’ The Guardian

‘De origineelste en krachtigste auteur van zijn generatie in Spanje.’ Mathias Enard

‘Er zijn maar weinig Spaanse vertellers die kunnen vertrouwen op een poëtica zo coherent en expliciet als de zijne. Ze is vreemd en verstandig bizar, en bezit een grensoverschrijdende kracht die de aard zelf beïnvloedt van wat we onder roman verstaan.’ La Vanguardia

 

1

We kunnen computers definiëren als machines die cijfers vermalen. We kunnen ze vragen de exacte positie te geven van een hemellichaam over honderd jaar of de voorspelling van het verloop van de beurs over de periode van een maand. Het duurt slechts een paar seconden voor we die informatie krijgen. Maar dingen waar mensen geen enkele moeite mee hebben, zoals het herkennen van gezichten of het lezen van handgeschreven teksten, blijken extreem lastig te programmeren en eigenlijk zijn daar nog geen bevredigende oplossingen voor. Kennelijk herbergt het netwerk van neuronen in onze hersenen het noodzakelijke mechanisme om die operaties te kunnen uitvoeren. Vandaar het belang om computers te ontwikkelen die geïnspireerd zijn op het menselijk brein.

  1. jack copeland & diane proudfoot

2

Technisch gezien is de naam inderdaad us Route 50. Hij loopt dwars door Nevada en is de meest verlaten highway van heel Amerika. Hij verbindt de steden Carson City en Ely en doorkruist een bergachtige woestijn. Een weg waar, dat moet benadrukt worden, niets is. Echt helemaal niets. 418 kilometer met aan elke kant een bordeel. Conceptueel gesproken is er op het hele traject maar één ding dat vaag herinnert aan menselijke aanwezigheid: de honderden paren schoenen die aan de takken hangen van de enige populier die daar groeit, de enige die water heeft weten te vinden. Falconetti, een ex-boxer uit San Francisco, nam zich voor de weg te voet af te leggen. Hij had zijn groene legerrugzak volgestopt met water en een tafelkleed om in de berm uit te spreiden als hij trek had. Hij ging in Carson City een levensmiddelenzaak binnen, een supermarkt met vijf lachwekkend korte schappen. Stompjes als die vijf rekken vingers zouden zijn, dacht hij. Hij kocht brood, een grote hoeveelheid zakjes gedroogd rundvlees en roomboterkoekjes. Hij ging op weg en toen de buitenwijk van de stad achter hem lag zag hij hoe de hoogvlakte zich in de verte aftekende. Het asfalt, vlezig geworden in de 37°C van het middaguur, gaf mee onder zijn voeten. Hij kwam langs de Honey Route, het laatste bordeel voordat de woestijn begon, en Samantha, een geblondeerde brunette die in de schaduw van de veranda haar teennagels zat te lakken, groette hem zoals ze altijd passerende auto’s, wandelaars en trucks groette, met geen andere bedoeling dan de voorbijganger een goede reis te wensen, maar deze keer voegde ze eraan toe, Mocht je iemand tegenkomen in een rode Ford Scorpio die in zijn eentje op weg is naar New York, zeg dan tegen hem dat hij terug moet komen! Falconetti drukte het play-knopje op zijn walkman in en deed of hij haar niet had gehoord. Instinctief versnelde hij zijn pas en perste zijn voet nog dieper in de 37°C van het asfalt. Na uit het leger te zijn gegooid had hij krap een maand geleden San Francisco verlaten. In het leger had hij het verhaal van Christoffel Columbus gelezen, en gefascineerd door diens stoutmoedigheid nam hij zich voor hetzelfde te doen, maar dan in omgekeerde richting: van het Westen naar het Oosten trekken. Nooit eerder had hij San Francisco verlaten.

3

Meteen al de eerste keer dat hij het zag had hij de overtuiging dat het gewoon niet iets goeds kon beduiden, maar evenmin iets slechts. Vreemd. Het was een schoen, een schoen die midden op het asfalt lag. Geen twee, of vier, of acht of welk ander even getal ook, maar het oneven getal par excellence: één. Billy the Kid legde met zijn vader, een professioneel klimmer, het traject Sacramento-Boulder City af, en hij was eraan gewend om in de laadruimte van de bestelwagen vastgesnoerd te zitten tussen 11 mm dikke touwen, Petzl-gordels en een hele zwik musketons. Zijn vader, kortweg Billy genaamd, had een tuigje geïmproviseerd dat aan weerszijden met een musketon zat vastgehaakt zodat het kind zich in de bochten niet kon bezeren. Billy the Kid was gelukkig. Die dag waren ze vroeg op pad gegaan om op tijd te zijn voor de derde klimwedstrijd van Boulder City, waarvoor zijn vader zich had opgegeven. Ze ontbeten in het eerste het beste wegrestaurant dat ze tegenkwamen. Ze bestelden de klassieke koffie met bierwentelteefjes met pindakaas en marmelade, en terwijl Billy the Kid in het bodempje cafeïnevrije koffie in zijn kopje roerde moest hij denken aan zijn moeder, hoe ze een paar uur eerder, aan de rand van de buitenwijk, een schoonheid uitstralend die het kind voorkwam als iets wat altijd zo zou blijven, zijn hoofd tegen haar borst had gedrukt en hem vervolgens een kus had gegeven. Zoals elke zondag had ze tegen zijn vader gezegd, Rij voorzichtig, na ook hem te hebben gekust. Dommelend in de laadruimte van de bestelauto werd hij opeens wakker en zag verderop op het asfalt, kalm als een konijn zonder nest, verlamd door een twijfel die eenzaamheid aantrekt, een schoen met een hoge hak liggen, bruin, door het stof van de woestijn of omdat hij misschien van zichzelf bruin was. Geen twee, of vier, of acht of welk ander even getal ook.

4

Hij dacht dat de liefde, net als bomen, zorg nodig had. Daarom begreep hij niet waarom het slechter met zijn huwelijk ging naarmate de populier die op zijn 70,5 acres stond krachtiger en steviger groeide.

5

Logisch, in een bordeel heb je meisjes in alle soorten en maten, en helemaal hier, in de woestijn van Nevada, waarvan de eentonigheid, de meest dorre in het hele Westen, bestreden moet worden met bepaalde vormen van exotisme. Sherry wordt opgemaakt in de geïmproviseerde backstage aan de achterkant, bij de oude put die nu droog staat. Ze vertrouwt niet op de grote met peertjes omlijste spiegel die voor haar is neergezet, en net als wanneer er onverwacht een klant komt gebruikt ze de achteruitkijkspiegel van een Mustang, die inmiddels niet veel meer is dan een hoop schroot, ten prooi aan zon en sneeuw sinds een man die ze nooit meer heeft gezien hem daar achterliet. Hij heette Pat, Pat Garret. Hij kwam op een middag in november, met het laatste zachte weer, hij vroeg om een meisje, het jongste, en daar stond Sherry ineens voor hem. Pat had een hobby: hij verzamelde gevonden foto’s; elke foto was welkom mits er menselijke figuren op stonden en de foto gevonden was; hij reisde met een koffer vol. Toen ze in bed lagen vertelde hij haar, starend naar de muur, dat hij bij een bank in la had gewerkt voordat hij onverwachts een erfenis kreeg, waarna hij zijn baan had opgegeven. Zijn interesse voor foto’s was gewekt doordat hij bij de bank zoveel mensen zag; hij probeerde zich altijd voor te stellen hoe hun gezicht, hun lichaam eruit moesten zien in een andere setting, buiten het loket, dat werkte als passe-partout. Maar nadat hij de erfenis had opgestreken, had zijn andere liefhebberij, gokken, ervoor gezorgd dat hij bijna het hele bedrag weer kwijtraakte. Nu was hij op weg naar het Oosten, naar New York, op zoek naar nog meer foto’s. Hier in het Westen zijn we altijd zo bezig met het landschap, zei hij tegen haar, maar daar is het een en al portretten. Sherry wist niet wat ze daarop moest zeggen. Hij deed de koffer open en gaf haar een voor een de foto’s. In een van de stapeltjes stuitte hij op het onmiskenbare gezicht van zijn moeder. Ze lacht, zich vastklampend aan de arm van een man die, zo begreep Sherry, de vader was, die hij nooit had gekend. De foto viel op Pats borst en hij omhelsde hem stevig. Hij bleef niet alleen die dag, maar nog vele dagen langer, gedurende welke ze hem geen geld meer vroeg, ze eten voor hem klaarmaakte en geen van beiden de kamer uit kwam. De avond van Pats vertrek wilde de Mustang niet starten, maar hij wist een lift te krijgen van een vrachtwagen die naar Kansas ging. De volgende dag, na het idee te hebben verworpen dat hij in de put kon zijn gevallen, of dat hij naar Ely was gegaan voor sigaretten, bleef ze zitten wachten tot het donker werd, met haar blik gericht op het verst nog zichtbare punt van us Route 50. Toen ze het op de motorkap niet langer uithield barstte ze in huilen uit. Ze stift haar lippen bij in de achteruitkijkspiegel en de visagiste waarschuwt haar, Over één minuut zitten we in de uitzending! Nevada tv wijdt een special aan prostitutie langs de weg. Ze krijgt een microfoon onder haar neus geduwd met de vraag, Waar ben je het meest trots op, Sherry? Liefde is een moeilijk vak, antwoordt ze, liefde geven is het moeilijkste wat ik in mijn hele leven heb gedaan.

 

Nocilla-trilogie 
Agustín Fernández Mallo
Oorspronkelijke titel Proyecto Nocilla

Vertaling Adri Boon

Cassette met drie boeken, 604 blz.
€ 29,90
ISBN 9789083174433
Verschenen 21 oktober 2021

Agustín Fernández Mallo 

Uitgeverij Koppernik

Meld u aan voor onze nieuwsbrief en ontvang bericht bij nieuwe boeken.

Dank voor uw aanmelding.