James Joyce, de grootste experimentele prozaïst van de twintigste eeuw, debuteerde in 1907 met een traditionele verzenbundel. Pas twintig jaar later verscheen de kleine bundel Pomes Penyeach. De titel betekent letterlijk ‘Gedichten voor een penny per stuk’. Het werkje kostte één shilling, dus twaalf penny. De spelling ‘pomes’ imiteert de slordige uitspraak van ‘poems’. Omdat het woord klinkt als het Franse ‘pommes’ (appels), kreeg het in Parijs uitgegeven boekje een appelgroene kaft.

Deze tweetalige editie werd vertaald door Paul Claes.

 

 

TOEMAATJE

 

Hij trekt een winterzon achterna

En jaagt het vee over een kille rode weg,

Hij roept de beesten met vertrouwde stem

En drijft ze hoog boven Cabra voort.

 

De stem vertelt ze hoe warm het thuis is.

Ze loeien en roffelen met hun hoeven.

Hij drijft ze voort met een bloeiende tak,

Een pluim van damp op hun voorhoofd.

 

Boerenkinkel, knecht van de kudde,

Strek je vannacht uit bij het vuur!

Ik bloed bij de zwarte rivier

Nu mijn tak is afgerukt!

 

KIJKEND NAAR DE NAALDBOTEN BIJ SAN SABBA

 

Ik hoorde hen hun jonge hart luchten

Van liefde bij de riem die glom.

Ik hoorde hier het weigras zuchten:

Kom nooit, kom nooit weerom.

 

Ach hart, ach weigras vol verdriet,

Hoe treurt van liefde uw banier!

Nooit keert de wilde wind die vliedt, 

Nooit keert hij weer naar hier.

 

EEN BLOEM VOOR MIJN DOCHTER

 

Broos is de witte roos als

Haar broze handgebaar,

Hun zielen verveloos als 

Tijd en zijn vale baar.

 

Zo broos en ingetogen 

De tover die ik vind

Besloten in je ogen,

Mijn blauwgeaderd kind.

 

Vertaling Paul Claes
Paperback, 48 blz.,
Prijs: € 15,00
ISBN: 9789492313195
Verschenen november 2016