Al dertig jaar slijpt de verteller van Zo zie je alles in een Ikea dagelijks drieduizend potloodjes. Nu hij voor zijn pensioen staat bouwt hij als afscheidsgeschenk voor zijn collega’s een maquette van de vestiging in Groningen.
Een kolfje naar zijn hand. In de deel van zijn Friese boerderij heeft hij immers in zijn vrije tijd alles op schaal gevangen: historiestukken, mythische taferelen, alledaagse voorvallen, treinromantiek, operascènes.
Zo zie je alles toont een zondag uit het leven van de potloodslijper. Een zondag zoals alle zondagen voor hem de afgelopen dertig jaar zijn verstreken, met zijn tangetjes, pincet en lijmpot achter de werktafel. En ’s avonds op de dijk uitkijkend over de Waddenzee.
De volgende ochtend brengt de Ikea in miniatuur hem echter op het spoor van een mogelijke aanslag. Werkelijkheid? De 1:87-fantasie van een modelbouwer? Paniek op dwergformaat of reële dreiging? Zijn we zelf zetstukken in een modellandschap geworden?

Over Wolken &c.:

‘Het is een rijk boek, vol grootse beschrijvingen en gebaren.’ Tzum 

‘Laten we schrijvers als Niedekker koesteren.’ NRC Handelsblad

‘Onnavolgbaar, uniek document.’ De Limburger

 

Over Oksana:

‘Meester van de metafoor.’ de Volkskrant 

Oksana wil je graag in één teug uitlezen. Bovendien is de taal zo rijk en beeldend dat je naar meer verlangt.’ De Standaard

Oksana is een stilistisch pareltje met een zeer urgent verhaal, perfect van vorm en toon.’ Juryrapport Fintro Literatuurprijs

 

Over Als een tijger, als een slak:

‘Dit boek is bijzonder.’ Wim Brands

Als een tijger, als een slak wil de fictie overstijgen, omdat de vertelstem niet zozeer fictief is, maar de Fictie zelf. […] Het werkt, omdat het proza niet zelden adembenemend is.’ de Volkskrant

Blyertspenna is het Zweedse woord voor potlood. Je kunt ook kortweg blyerts zeggen. Ik ben potloodslijper bij Ikea, maar ik spreek geen Zweeds. 
Nu slaan de klokken twee uur. In mijn dorp staan drie kerken. Een is opgetrokken uit kloostermoppen en staat op een terp. In de toren nestelen kauwen.
Om acht uur ’s ochtends, twee uur ’s middags en zes uur ’s avonds beieren de klokken, ook vandaag, het is zondag, enkele minuten lang. Ik luister naar het prachtig galmende geluid en onderbreek waar ik op dat moment mee bezig ben.
Meestal ben ik in de deel, waar mijn modellandschappen staan uitgestald. Ik leg de kwast, het pincet, een ijzerdraadje of een pluk kunstgras neer en stroom vol met de bronzen slingerende slagen. 
Mijn hart antwoordt de klokken. 
En het antwoordt alle mensen die tegelijkertijd naar het slaan van de klokken luisteren. Niet alleen de kerkklokken van dit terpdorp, maar alle klokken, waar die ook maar op de aardbol beieren, slaan, galmen, luiden, of luien, wat dichter de trage slag van de klepel benadert, kerkklokken, gebedsklokken, Friese staanders, spoorbomen, belletjes om de nek van ossen en geiten, het carillon van de Martinitoren, al die klokken antwoordt mijn hart en in een moeite door alle mensen die, al is het maar voor een tel, het geluid van de klokken in hun binnenste laten weerklinken als deinen ze in de dans van een gigantische zwerm muggen mee op de resonantie van al eeuwen beproefde geluidsgolven.
Ik leg het wattenstaafje neer waarmee ik overtollige lijm heb weggeveegd. Mijn lichaam, dit lege vat, stroomt vol met het tweeuursgebeier, met het slaan en slingeren, het galmen en weergalmen en ik groet Jörgen Fischer uit Dresden die in München op het Marienplatz naar het torenuurwerk van het Neue Rathaus luistert. Hij hoopt de mechanieke poppen te zien verschijnen en vraagt zich af of hij daarna naar Hofgarten of Englischer Garten zal gaan, of misschien bij de Viktualienmarkt blijft rondhangen. Mia de Waard hoort het belletje van een ijscokar en meteen krijgt ze een pistachegroen waas voor haar ogen waardoor het water haar in de mond loopt. Ze bestelt een horentje met twee bolletjes, maar twijfelt of ze ook slagroom zal nemen. Het brood! Matthieu du Jardin schrikt uit zijn gedut op door het belletje van de oven. Het brood is klaar! Hij loopt op een drafje naar de oven. Hij had het brood nog willen besprenkelen. Zijn ergernis lost op in de dekbed-warme walmen van vers brood die de keuken in wolken. Het geluid van de kerkklokken sterft weg. Ik controleer of er nog lijmresten zitten op de miniatuurkassa, die ik uit het kartonnetje van een Svala-lucifersdoosje in elkaar heb geknutseld. Ik werk aan een model van de Ikea-vestiging waar ik bijna dertig jaar potloden heb geslepen. Over vier maanden ga ik met pensioen. Ik wil geen feest, maar geef mijn collega’s bij verrassing een model-Ikea. De kassa ziet er gaaf uit. Het is de negende kassa van vandaag. Nog twee.
 

Paperback met flappen, 152 blz.
€ 17,50
ISBN 9789492313713

Donald Niedekker