In zijn bewust voor publicatie geschreven Dagboek formuleert Witold Gombrowicz onder meer zijn gedachten over hoe ons door anderen een vorm wordt opgedrongen, over waarom het onrijpe en lage machtiger zijn dan de rijpheid, over wat schijn is in de juist zo persoonlijk geachte beleving van kunstzinnige uitingen, waar de grenzen liggen van onze moraal op een aardbol waar het probleem van het explosieve bewonersaantal onmogelijk kan worden genegeerd. Hij doet dit zonder zichzelf in te dekken, in zijn onmiskenbare door persoonlijk engagement gedreven literaire stijl, soms melancholiek, waar nodig uitdagend, bijtend en subversief, waarbij het verhevene en al te algemene steevast van de nodige contragewichten worden voorzien, al is het maar door een dagboeknotitie van een enkele regel als: ‘Ik heb compote gemorst.’

Gombrowicziaan Huub Beurskens maakte een afgewogen selectie uit het Dagboek zoals dat in de integrale Nederlandse vertaling door Paul Beers in 1986 verscheen. Met mijn smoel in mijn handen laat zien dat het Dagboek nog actueler en urgenter is dan toen Gombrowicz het schreef.

Elisabeth Francet op Mappalibri: ‘Met mijn smoel in mijn handen is een voortreffelijke keuze van Huub Beurskens uit het bijna duizend pagina’s tellende Dagboek van Gombrowicz. In het eerste deel (1953-1956) reflecteert de immer tegendraadse Gombrowicz over kunst en de betekenis en waarde die we eraan toekennen. Onbeschroomd en compromisloos trekt hij van leer tegen conventionele esthetiek. Wanneer we naar kunst kijken, bewonderen we volgens hem niet maar ‘proberen we te bewonderen’, in een poging ons te conformeren aan de grootspraak van intellectuelen. Gombrowicz is kwistig met sneren jegens kunst- en literatuurcritici, die zich het recht toe-eigenen om, door de megafoon van de pers, andermans werk te beoordelen, zonder relevante ervaring of kennis van zaken. Literatuurkritiek moet een treffen van twee persoonlijkheden zijn ‘die absoluut gelijke rechten hebben’, vindt Gombrowicz.’

http://mappalibri.be/?navigatieid=61&via_navigatieid=17&recensieid=8216

‘Ik, een reus, door mijn reusachtigheid buiten zijn wereld gesloten, zag dit gespartel aan… ik strekte mijn hand uit en verloste hem van zijn marteling. Hij begon te lopen, in één seconde aan het leven teruggegeven. Nauwelijks had ik dit gedaan, of ik zag iets verderop eenzelfde kevertje, in eenzelfde situatie. Hij spartelde met zijn pootjes. Ik had geen zin me te verroeren… Maar – waarom heb je die ene gered en deze niet? Waarom die wel… terwijl deze?… De ene heb je gelukkig gemaakt, de andere moet lijden?’

Oorspronkelijke titel Dzienniki

Vertaling Paul Beers Samenstelling Huub Beurskens

Paperback met flappen, 240 blz.
Prijs € 21,50
ISBN 978 94 923 1369 0

 

Witold Gombrowicz