Een hoogtepunt uit de moderne poëzie

Vier kwartetten is een hoogtepunt in T.S. Eliots carrière als dichter. Het bevat enkele van de muzikaalste en onvergetelijkste passages van de twintigste-eeuwse poëzie. De vier delen, ‘Burnt Norton’, ‘East Coker’, ‘The Dry Salvages’ en ‘Little Gidding’, vormen een meditatie op de geestelijke, filosofische en persoonlijke thema’s die de auteur bezighielden. Vier kwartetten is een blijvend meesterwerk door de manier waarop een individuele stem te midden van oorlog en twijfel de zorgen van een volledige generatie verwoordde.

De vertaling wordt verzorgd door Paul Claes, die de bundel tevens inleidt en van verhelderende aantekeningen heeft voorzien.

I

Wellicht zijn het heden en het verleden

Beide tegenwoordig in de toekomst

En ligt de toekomst besloten in het verleden.

Als alle tijd eeuwig tegenwoordig is

Is alle tijd onherstelbaar.

Wat had kunnen zijn is een abstractie

Die enkel een bestendige mogelijkheid blijft

In een wereld van bespiegeling.

Wat had kunnen zijn en wat is geweest

Wijzen naar één eind, dat steeds tegenwoordig is.

In de herinnering weerklinken voetstappen

Door de doorgang die we nooit hebben genomen 

Tot bij de deur die we nooit hebben geopend 

Naar de rozentuin. Zo ook weerklinken 

Mijn woorden, in jouw geest.

Maar met welk doel ze het stof 

Verstoren op een kom met rozenblaadjes

Weet ik niet.

Andere weerklanken

Bevolken de tuin. Zullen we die volgen?

Vlug, zei de vogel, zoek ze, zoek ze

Om de hoek. Volgen wij door de eerste poort

Tot in onze eerste wereld de lokroep 

Van de lijster? Tot in onze eerste wereld.

Daar wandelden zij waardig, onzichtbaar,

Zonder op de dode bladeren te wegen,

Door de trillende lucht in de herfsthitte,

En de vogel riep, als antwoord op

De onhoorbare muziek die in de struiken school,

En de ongeziene oogstraal trof doel, want de rozen

Leken bloemen die worden aangekeken.

Daar boden zij zich aan als welkome gasten,  

Dus wandelden wij met hen in een strak patroon 

Door de lege laan tot in de buxuscirkel

Om naar de leeggelopen vijver te kijken.

Droog was het bassin, droog het beton met bruine rand,

En de vijver vulde zich met water van zonlicht

En langzaam, langzaam verrees de lotusbloem,

Het oppervlak glansde in het hart vol licht,

En achter ons stonden zij weerkaatst in de vijver.

Toen dreef een wolk voorbij, en de vijver was leeg.

Ga, zei de vogel, want het lover zat vol kinderen

Die opgewonden gniffelden in hun schuilhoek.

Ga, ga, ga, zei de vogel: het mensdom

Kan niet heel veel werkelijkheid verdragen.

Het heden en de toekomst,

Wat had kunnen zijn en wat is geweest,

Wijzen naar één eind, dat steeds tegenwoordig is.

II

Look en saffier in moddervloed

Omklonteren de verzonken as

De trildraad die zoemt in het bloed 

Bedaart de wond die nooit genas

De strijd die lang vergeten was.

De dans door de slagaderstroom

De kringloop van het lymfevocht

Gespiegeld in de sterrenbaan

Stijgen tot zomer in de boom

Boven de boom die wuift in licht

Wiegen wij op het bladpatroon

En horen in doorweekt terrein

De jachthond en het everzwijn 

Hun loop vervolgen als weleer

Verzoend daar in het sterrenheer. 

 

In het stille punt van de wentelende wereld. Vlees noch vleesloos;

Vanuit noch naar; daar, in het stille punt, daar is de dans,

Geen rust of beweging. En noem dat punt geen verstarring

Waar verleden en toekomst verenigd zijn. Geen beweging vanuit of naar,

Geen stijging of daling. Zonder het punt, het stille punt, 

Zou er geen dans zijn en toch is er alleen maar dans.

Ik kan zeggen dat we daar zijn geweest, maar ik kan niet zeggen waar.

En ik kan niet zeggen hoelang, want dat zou het punt in de tijd plaatsen.

 

Inwendig vrij zijn van werelds verlangen,

Verlost zijn van handelen en lijden, verlost van inwendige

En uitwendige dwang, maar omgeven

Door zintuiglijke genade, een stil en beweeglijk wit licht,

Erhebung zonder beweging, samenballen

Zonder uit te bannen, zowel een nieuwe wereld

Als de oude wereld, verklaard en verstaan

In de vervulling van zijn gedeeltelijke vervoering,

In de verlossing uit zijn gedeeltelijke verschrikking.

Toch behoeden de banden van verleden en toekomst,

Verweven met de zwakte van het veranderend lichaam,

Het mensdom voor de hemel en de verdoeming

Die het vlees niet kan verdragen.

Verleden en toekomst

Laten maar weinig bewustzijn toe.

Bewust zijn is niet in de tijd zijn

Maar enkel in de tijd kunen het ogenblik in de rozentuin,

Het ogenblik in het prieel onder de regenvlaag,

Het ogenblik in de tochtige kerk bij avondval

Herinnerd blijven, verbonden met verleden en toekomst.

Enkel door toedoen van de tijd wordt de tijd overwonnen.

III

Hier ligt een oord van vervreemding

De tijd ervoor en de tijd erna

In schemerlicht: geen daglicht

Dat vorm hult in heldere roerloosheid,

Schaduw verandert in vergankelijke schoonheid

En met trage wenteling bestendigheid oproept,

Geen duisternis om de ziel te louteren,

De zintuigen door onthouding te ontledigen

En gevoelens te zuiveren van het tijdelijke.

Geen volheid of leegte. Enkel geflikker

Over door tijd bezeten, gespannen gezichten,

Door afleiding afgeleid van afleiding

Vol drogbeelden en zinledigheid

Logge lusteloosheid zonder oplettendheid

Mensen en snippers papier verdwarreld in de kille wind

Die voor en na de tijd waait,

Wind in en uit verzwakte longen

De tijd voor en de tijd na.

Verziekte zielen opgerispt

In de fletse lucht, loom

Drijvend op de wind die de sombere heuvels van Londen schoonveegt.

Hampstead en Clerkenwell, Campden en Putney,

Highgate, Primrose en Ludgate. Hier,

Hier in deze kwetterende wereld geen duisternis. 

 

Daal dieper neer, daal enkel af 

In de wereld van de eeuwige eenzaamheid,

Een wereld die geen wereld is, maar een niet-wereld,

Innerlijke duisternis, ontzegging

En vervreemding van al het eigene,

Verdorring van de zinnenwereld,

Leegmaking van de verbeeldingswereld,

Onwerkzaamheid van de geesteswereld;

Dit is de ene weg, en de andere 

Is dezelfde, niet in beweging

Maar in bewegingloosheid, terwijl de wereld in zijn streven

Voortbeweegt op de spoorbedding

Van verleden en toekomst.

 

IV

De tijd en de klok begroeven de dag,

De zwarte wolk voert de zon weer weg.

Zal de zonnebloem zich keren naar ons, zal de clematis zich neigen

Over ons, zullen ranken en twijgen

Ons in hun klauwen krijgen?

Zullen 

Kille taxusvingers zich krullen 

Om ons? Nu de wiek van de ijsvogel 

Licht met licht heeft beantwoord en verstilt, ligt nog het licht  

In het stille punt van de wentelende wereld.

Vier kwartetten
T.S. Eliot
Oorspronkelijke titel Four Quartets
Vertaling Paul Claes
Gebonden met stofomslag, 184 blz.
€ 24,50
ISBN 9789083212715
17-05-2022 verschenen 

T.S. Eliot

Uitgeverij Koppernik

Meld u aan voor onze nieuwsbrief en ontvang bericht bij nieuwe boeken.

Dank voor uw aanmelding.