Simeliberg – de titel verwijst naar een sprookje van Grimm – is een poëtische Krimi waarin een berg voorkomt waar de lijkwagens af en aan rijden en er is ook een geldschat, in de la van de oude boer Schwarz, een vereenzaamde zonderling. Zijn
tegenspeler, Anatol Griese,  krijgt als gemeente-secretaris de onaangename opdracht de oude man op te halen die ervan verdacht wordt zijn vrouw te hebben vermoord. Griese is een Duits-Zwitser, die met zijn jagershoed en buitenmodel emigrantengeweer door de plaatselijke bevolking argwanend bekeken en door de betreffende instanties van het kastje naar de muur gestuurd wordt. Een afspraakje bij een bevriende boerin, ‘om er zeker van zijn dat er op hem gewacht wordt en iemand het merkt als hij verloren is’, vormt het begin van een fatale kettingreactie, waarbij Griese zich steeds meer verslikt en verstrikt in zijn taak en de intrige zich ontrolt als een tragikomische zwart-witfilm.

‘Er zijn af en toe boeken waarvan je met recht durft te beweren dat het nuttig zou zijn wanneer een land zich er een tijdje mee zou bezighouden. Simeliberg is er zo een.’ NZZ

‘Alsof Kafka en Beckett samen een thriller hebben geschreven.’ ARD druck’

‘Zelden heeft een boek me zo krachtig in mijn verleden geworpen en mijn onbehagen.’ Literarischer Mo’

 

Eerste hoofdstuk

 

Grijs

nat

bewolkt

Zwitsers weer

tamelijk afgelegen

alleen via een modderige veldweg van bovenaf te bereiken

in een gehucht een verwaarloosd

triest boerenhuis met een woest dak

een vervallen opeenstapeling van grijze en zwarte vlekken

waaronder een hoop geblindeerde vensters leeg in de woestenij staart

in de weinig vrolijke huiskamer zit de boer met zijn rug naar het rijtje vensters

na de drukkende stilte

onder het gewicht van de zware balken die de kamer laag houden

de enige man en mens in huis

buiten motorgepruttel van bovenaf zigzaggend tot aan het huis

 

Tweede hoofdstuk

 

 Nadat hij een poosje met afgezette motor is blijven zitten in het geleidelijk afkoelende interieur en met zijn blik strak op het huis gericht

stapt uit de Landrover

die van onder tot boven bemodderd is

maar eigenlijk grijs hoort te zijn

zoals je aan het dak kunt zien

Griese

gemeentesecretaris

in die hoedanigheid vanwege de afgelegenheid alhier belast met alle denkbare bestuurlijke taken

het dorp betreffende

ook als een soort afgevaardigde van de kantonnale sociale dienst verantwoordelijk voor dorp en omgeving met name voor al diegenen wier zelfredzaamheid puur door onvoldoende onderwijs

verwaarlozing

ziekte of andere waanzin te zeer tekortschiet

om ze aan hun lot over te laten

in vuile rubberlaarzen

verder keurig

heeft een snor

die de weerbaarheid van iemand die door zijn voornaam Anatol

direct herkenbaar is als

uit het buurland afkomstig

en dus als niet-autochtoon gekenmerkt is

verbetert

smijt het voorste portier dicht

opent het achterste

grist een kekke jagershoed van de stoel en met

sympathie voor emigranten een geweer van de bodem

dat hij nauwkeurig vergrendelt

een Bauerundwaldschrat-repeteergeweer

een soort huisfabrikaat

vader en schoonzoon zochten indertijd in den vreemde hun geluk

bedachten in een oogwenk een heavyleadhunter

een onverwoestbare spuit voor de vossenjacht

waarmee je toen van markante afstand een vos aan flarden schoot

en die kan repeteren

wat ook nodig was

want te onnauwkeurig

om een haas af te knallen

maar wel krachtig genoeg

om een paard te doorzeven en te vellen

en aangezien die jolige jachthordes de begeerde vacht liever ongehavend hadden

viel het compagnonschap al gauw uit elkaar

maar het HLH-repeteergeweer

onopvallend en elegant

maar met een uitgesproken gezag

dat geen tegenspraak duldt

werd een aantal keren gebouwd en speciaal vanwege zijn vuurkracht verkocht

een stuk waar je op vertrouwen kan

controleert ook de vergrendeling

ontgrendelt

legt het wapen zorgvuldig op de kale bodemplaat terug

metaal op metaal

zwaar moordwapen past goed bij zwaar materieel

laat het genoemde portier op een kier

zorgt dat het niet dichtvalt

baggert over het modderige erf

vermijdt de plek

waar vroeger ongeveer de mest werd opgestapeld

bukt

schuift zijn schouders onder de dakgoot door

waarbij zijn das van onder de kraag van zijn overhemd zijn keel dichtknijpt

staat onverhoeds voor de deur

waarvan de bovenste helft uit zes ruitjes bestaat

gluurt naar binnen

tamelijk donker

licht aan het einde van de gang

de smalle gang loopt over de hele breedte door naar de andere kant van het huis

waar weer een soortgelijke deur is en licht binnenvalt

hij luistert

slaat met zijn vlakke hand een paar keer tegen de houten raamlijst

waarin de ruitjes rinkelen

niets

voelt aan de deur

die is open

hij gaat naar binnen

in het halfdonker

ietwat voorzichtig vanwege zijn vieze rubberlaarzen

bedenkt zich dan

wat kan het ook verder nog schelen

doet dan met vaste tred de paar stappen

door de gang tot waar de deur naar de woonkamer is

deur is dicht

graag zou hij toch nog willen omkeren en uit de Landrover de grijze zaklantaarn pakken

nog een stuk metaal

hij houdt zich in

dat zou idioot zijn

‘Schwarz’

zegt hij nu voor het eerst

zijn stem kraakt

hij schraapt zijn keel

‘Schwarz’

dan luider

‘Deur is open’

klinkt het van binnen

rommelt aan de klink

deur niet op slot

doet hem open

binnen

helemaal achter in de kamer

de man

met de rij vensters in zijn rug

‘Dus je bent er toch’

Griese met ietwat dichtgeknepen ogen

omdat ondanks het duister in de kamer het binnenvallend licht van ertegenover hem verblindt maar ook uit gewoonte

‘Wil je niet binnenkomen’

de boer

‘er komt kou in de kamer’

de gemeentesecretaris stapt over de drempel

doet de deur achter zich dicht

‘Warm bij jou’

neemt zijn hoed af

‘Heb je wat van me nodig’

de ander

‘Nee, dank je’

trippelt terug

tot hij de deur in zijn rug voelt

wat hem sterkt

‘Ik heb niks voor je te eten’

‘Dank je’

‘Wil je zitten

ruimte zat

toch’

‘Dank je’

wijkt geen stap van de deur

‘Schwarz

ik ben gekomen

om je te halen’

de boer schuift wat heen en weer

zit een kwartslag gedraaid op zijn bank

leunt met zijn hand op de tafel

komt een beetje omhoog van zijn bank

trekt de doorzichtige vitrage een stukje opzij

trekt het schuifje weg

dat het raampje dichthoudt

maakt het kleine ruitje

dat als zesde deel van het grote raam apart open kan

open

kijkt door de opening

naar wat kennelijk een woestenij is

‘Smurrie’

sluit het raampje

draait zich weer om

‘als het vriest grauwe

zwarte korst

als het warm is grauwe

zwarte soep

daartussenin iets ertussenin

modder’

leunt met zijn hoofd tegen het strookje muur tussen twee raampjes

‘Wat wil je’

‘Schwarz’

zegt de man bij de deur

‘Wat wil je

hier heb ik niks meer te zoeken’

‘Dan moesten we maar langzaam’

de dienstklopper

‘je wist al die tijd

dat ik zou komen

heb ik je door de telefoon gezegd’

‘Telefoon’

zegt de man bij het raam

slaat met zijn vuist op tafel

dat de ruiten binnen rinkelen

‘je kan komen

als je iets van me wilt’

‘Ik ben er nu dus’

‘Je zegt het’

‘Dus

wat doen we’

‘Heb jij

Griese 

er op de gemeente

je afdeling

wel eens over nagedacht

waar het socialisme voor staat’

‘Socialisme

hou toch op met je socialisme

ik ben hier namens de gemeente

sociale zorg

Schwarz

je weet donders goed

waarom ik ben gekomen

en nu moeten we

dus

kom’

‘Het socialisme

Griese

kun je vergeten’

staat op van zijn bank 

waarop hij Joost mag weten hoe lang heeft gezeten

kreunt

loopt naar de dubbele wandplank aan de zijmuur

geen boekenkast

alleen een aan de muur bevestigde dubbele wandplank

waarop alle boeken een plek hebben gevonden

die de kamermuur aankan en het huis toelaat

pakt met vaste hand een boek van de bovenste plank

‘hele pil’

loopt terug naar de tafel

gaat zitten

klopt met vlakke hand op het boek

‘L’État et la Loi

van Bernard Noir

Griese’

‘Wat heb jij nou met Frans

Schwarz

maak geen kapsones’

maakt een zijdelingse beweging met zijn hoofd

bedoeld om op de deur in zijn rug te wijzen

‘Ik heb nog met veel andere dingen wat

het socialisme verlamt altijd

omdat de massa algauw merkt

dat ze besodemieterd wordt

met socialistische waarden

al zijn ze nog zo ultra

kan niet alleen een elite

zijn zakken vullen

zonder dat de proleten iets voor de kiezen krijgen

maar met het nationalisme krijg je ze zo mee

de massa

de vaderlandsloze gezellen

die naar daden snakken’

‘En dat allemaal op een boerderij’

mokt Griese bij de deur

‘Ja

in mijn huis

Anatol

mijn huis

mijn land

krijg je elke idioot zo mee

die niet weet

wat ie moet doen

en iets wil doen

want van moeder aarde

elke kluit aarde

waar ie op staat

houdt ieder meer dan van zichzelf

als je er maar wat slagroom op spuit

voor nationale waarden zijn ze bereid

het nodige te geven

inclusief hun bloed

van nationalistische waarden kan de elite in het donker vrolijk zijn zakken vullen en ongehinderd de massa’s uitbuiten en uitknijpen

hoe slechter ze eraan toe zijn

hoe magerder ze worden

des te vaderlandslozer en ongeduriger worden ze

dan krijgen ze als troost het ultranationalisme voorgezet en dan hebben ze te vreten’

‘Ultranationalisme’

Griese steeds minder op zijn gemak bij de deur

Schwarz staat weer op

gaat naar het schap

rukt aan een andere rug op de onderste plank

die klem zit

wurmt hem tevoorschijn

gaat naar de tafel

smakt het boek op het andere dat er al ligt

‘Bertrand Griese

De natie en haar grenzen

een studie over harde lijnen en genade

geloof me

socialisme wil zeggen voor iedereen

nationalisme wil zeggen voor het vaderland

voor wie het hardst roept

en het verkoopt’

 ‘Dat is niet leuk

hou nu op en kom mee’

‘Niet leuk

betekent

Griese

dat we moeten strijden

actief zijn en handelen’

‘En weten

wanneer het genoeg is

je weet

dat het je tijd is

eeuwig kun je me niet ontlopen’

‘Kan ik niet’

staat opnieuw op

blijft staan bij het schap

klopt met zijn knokkel op het glasplaatje in een spichtig lijstje op de bovenste plank

‘Vrouw’

inderdaad is achter het glas een foto te onderscheiden

‘Dat kan ik me voorstellen

dat dat jouw vrouw is

en waar is ze nu

die vrouw van jou

waar is ze

zeg eens op’

‘Op de foto

die vrouw’

loopt door de kamer naar de buffetkast

een zwart meubel

dat in het onderste gedeelte drie planken heeft

daarboven drie laden

dan een dekblad en daarop een slanker bovendeel met drie planken boven elkaar zonder deurtjes

de twee mannen staan nu bijna naast elkaar in de buitensporig langgestrekte 

lage woonkamer

alleen lijkt de boer zich van de ander niets aan te trekken

trekt een van de laden open

neemt er een grijze cassette uit

zet hem op de dikke plank

die het onderste deel van het meubel afdekt

‘Gelijk heb je

ik heb hier niks meer te zoeken’

hij tast in de kraag van zijn overhemd

trekt en trilt een beetje

tot er een ketting met een sleuteltje eraan tevoorschijn komt

hij bukt zich

om met de sleutel bij het slot van de cassette te komen

het knarst en klikt

hij komt weer overeind en tilt tegelijk het deksel van de cassette

volgestouwd met stapels bankjes van duizend

zo te zien

Griese doet verbluft

zonder er erg in te hebben

een stap weg van de deur naar het broodmagere boertje toe

staart met de ander

zij aan zij

in de geopende kast

‘Schwarz

hoe kom je aan al die cash

als je het hele huis van jou hier bekijkt

überhaupt deze hele negorij

wat een rotzooi

één grote troep

lijkt het wel

en dan dit

waar heb je dat misselijke miljoentje vandaan

god nog toe

Schwarz

het is tijd

dat je hier wegkomt’

‘Dat ik hier wegkom

Anatol

groot gelijk

dat ik wegkom

daar heb ik dat buskruit voor

nog in deze eeuw

geloof het of niet

nog in deze eeuw vliegt de mens naar Mars en krijgt daar poot aan de grond

en ik

Griese

heb have en goed verkocht

ik zal niet de laatste zijn

die daarboven arriveert

niet de laatste’

‘God nog toe

Schwarz

laten we eindelijk gaan

en dan heb jij die cassette doodleuk in een la

ik geloof mijn ogen niet

doe hem dicht

en we vertrekken’

‘De Amerikanen of de Russen

Fransen

Chinezen

Indiërs

nog in deze eeuw vliegen we naar Mars

geloof mij maar’

doet de cassette weer op slot

bergt hem behoedzaam weer op in de la

waar iets van een lijmlucht uit opstijgt

schuift

schudt een beetje

om hem helemaal dicht te krijgen

volgt dan de overheidsdienaar naar de gang

komt onder het dak tevoorschijn

de gemeentesecretaris zet zijn hoed op

het is gaan regenen

‘Het zou toch gaan sneeuwen

heb speciaal de kachel opgestookt’

gromt Schwarz

neemt van een roestige zwarte haak aan de muur een allang versleten

grijze 

langzaam vaalwitte jekker

slaat de kraag op

volgt de ander over de deel

die maakt de passagiersdeur voor hem open

binnen is het zo koud als buiten

knalt het portier dicht

meteen beginnen de ruiten door de uitwaseming te beslaan

buiten loopt de ander om de wagen heen

trekt zachtjes de deur achter de chauffeursdeur open

buigt zich in de auto

ademt amper

zet zijn hoed af

voorin

op de bijrijdersstoel ademt hoorbaar

met rustige teugen en stoten

terwijl hij door de steeds meer bewasemde voorruit naar het reusachtige 

verwaarloosde huis kijkt

de oude boer

 

Vertaling Ard Posthuma
Paperback met flappen 
144 blz.
Prijs: € 18,50
ISBN 978 94 923 1353 9
Verschenen oktober 2018

Michael Fehr