Yuji Kohara, een moleculair bioloog, stapt per vergissing een halte te vroeg uit de metro. Zijn verstrooidheid zet hem op het spoor van een oude vlam. Er volgen een lange nacht, een rusteloze week en de vreemde rest van het jaar. Vroeg of laat moet de verwarde wetenschapper zijn zintuigen reinigen en een beslissing nemen, voor zichzelf en voor zijn dochter, om via de toekomst het verleden te kunnen loslaten.

Met Iets in ons boog diep schrijft Jan Lauwereyns een komedie in c klein. Geen kolder, maar een heroïsch gevecht met de kleine nachtmerries van het gewone leven. Alles mag aan bod komen in deze roman, die is opgebouwd als een reeks lyrisch-essayistische canto’s over (onder andere) de liefde, het vader­schap, het glioblastoom, La Commedia, het seksleven van rondwormen, vivisectie op Amerikaanse krijgsgevangenen, de behoefte aan een onverbrekelijke band, en de leegte, die aan het begin van elke beweging zit.

Iets in ons boog diep stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs. 

 

‘Een adembenemende beeldschone roman waarin nagedacht wordt op het hoogste niveau maar evenzo wordt gevoeld’
***** De Standaard
 
‘Pastorale verwondering; dat is precies wat deze hoogst originele roman oproept’
De Groene Amsterdammer
‘De glansrol is weggelegd voor de pure poëzie die Lauwereyns van elke pagina laat spatten.’
***** Hebban.nl 

[1] Ima wa mukashi

Ima wa mukashi, ‘nu lang geleden’. Zo begint elk verhaal in de inmiddels zelf meer dan achthonderd jaar oude Konjaku Monogatarishu, ‘Anthologie van verhalen uit het verleden’. De tijd gaat ongenadig door, elk ‘nu’ is meteen lang geleden.

Of niet? Komen de dingen terug? Elk ‘er’ is er vandaag ook.

Er was eens, en misschien nog steeds.
Er was eens, of misschien niet. Een microscoop, een klein veld, een conflict, een stam golvende wormen. Wanneer twijfelen we? Wanneer vertoeven we in het tweevoudige van mogelijkheden, in het onbesliste tussen waar of niet waar, tussen dit of dat, hier of daar, zus of zo, zijn of het niets? De mens zegt graag ‘of’, maar kan het beest ook een antwoord geven? Laten we zeggen: wanneer de lijn nog niet is getrokken, de grens nog niet overschreden.
‘Maar de lijn bestaat niet in de natuur!’
De terugkeer blijft mogelijk, het alternatief nog
steeds een optie. Kohara deed, ondanks alles en tegen zijn gewoontes, een witte jas aan, nam zich voor de hele dag hoogstpersoonlijk aan de microscoop te blijven plakken. Hij was de eerste in het lab, koos een plaatsje bij het venster. Van wie was de microscoop? Hij wist het niet eens: een of andere student, Matsusaki misschien.

Alles in het lab was van Kohara, dus ook deze microscoop. Matsusaki zou niet durven te protesteren als hij het zag. Wanneer twijfelen we? De vraag is die naar de beweging, de schoonheid van de beweging, de nutteloze, overbodige, triviale pracht van het lichaam in de dans.
Twijfel staat tegenover de beweging. Wie de werking van twijfel wil begrijpen, moet de beweging bestuderen. Kohara genoot van het kijken, kalmeerde in het waarnemen, de intensieve contemplatie van het ballet,
zijn wormpjes in het conflictparadigma, kronkelend van de tegenstellingen, de aantrekking en afstoting, de lekkere geur van boter, daar, aan de andere kant van de petrischaal, en de walgelijke koperen barrière, hier, recht voor de snoet.
Yuji Kohara, drieënveertig jaar oud, professor in de moleculaire biologie, een man zonder eigenschappen, zag de mogelijkheden zich nu eens verscherpen, dan weer terugtrekken in het wazige, precies zoals de minuscule rondwormen dat deden, onder zijn lenzen.

Twijfelen is een vorm van zwijgen, van uitstellen,
bezig zijn met het beslissingsproces, maar hoe kunnen we weten of de twijfelaar werkelijk aan het denken is, feitelijk bezig met becijferen, wat wel, wat niet, in plaats van in volle aanwezigheid afwezig te zijn, een zombie, een levende dode, maar een beetje aan het dagdromen?
Zonder naar binnen te kijken! Slechts observerend aan de buitenkant: hoe verschilt het denkend twijfelen van deze gedachteloze kronkelingen; deze worm die wel of niet het koper zal trotseren op weg naar de grootste concentratie van lekkere botergeur?
‘Ik droom van een mensheid met mensen die zich door en door bewust zijn van het pure formalisme dat ten grondslag ligt aan alle denken.’ Zoiets schreef de Duitse expressionist, de dichter-dokter Gottfried Benn. Hij legde het in de mond van Olf, zijn alter ego, in Thuisfront, een toneelstuk geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Benn zich bekommerde om
de Brusselse hoeren: een professionele bekommering, met de nauwkeurige afmetingen van zijn opdracht. Benn leed niet aan sentimentaliteit.

De gedroomde mensheid zou alleen in vormen denken, zuivere vormen, ontdaan van hun lukrake inhouden; de bepalende, beperkende woorden weggefilterd.

Tegen de omstandigheden, in weerwil van de context. Dat zou de dans zijn. Zaligheid.
Dat ís de dans.

[2] De rondwormpjes kronkelden

De rondwormpjes kronkelden, Kohara kalmeerde. Rondwormen: nematoden, draadachtigen. Er zijn duizenden soorten; Kohara concentreerde zich op C. elegans, de favoriete rondworm van de wetenschap, on-
geveer een millimeter groot, net groot genoeg om te kunnen zien, om te kunnen plukken met het tipje van een tandenstoker.
Deze rondworm is geen parasiet, ‘leeft vrij’, dat wil zeggen, in de bodem. Het schepsel verorbert bacteriën, voedt zich, zijn hele zijn: de ongesegmenteerde, tweezijdig symmetrische meercellige eukaryoot voorzien van een compleet spijsverteringsstelsel. Kohara kon
blijven kijken, genieten.

Een dag zoals deze, ononderbroken, de hele tijd gebogen over de microscoop, scheen ondenkbaar geworden. Geen vergadering bijwonen, geen college doceren,geen tijd verliezen aan e-mails, aanvragen, aanbevelingen, Kohara moest het zich durven te permitteren.

Niet alleen vandaag, maar voortaan, af en toe. Het was niet ondenkbaar; slechts een kwestie van organisatie en wilskracht.
Caenorhabditis elegans. Caeno: ‘recent’; rhabditis: ‘staafje’. Een naam is een naam, de C interessanter dan het Grieks voor ‘recent staafje’. We spreken gemakshalve van ‘C. elegans’, de elegante C, de worm als beeld van zichzelf, het diertje dat zich plots voordoet in de vorm van de letter C, en vervolgens weer het schepsel dat zich zo sierlijk voortbeweegt op de glibberige bodem van de petrischaal, met fraaie, regelmatige golven die door het lichaampje deinen.
Denken we aan Wallace Stevens? Zijn lange gedicht over Crispin, ‘The Comedian as the Letter C’. Beschouwen we C? De hoge C van Luciano Pavarotti, de noot die sommige exemplaren van homo sapiens doet huilen.

De diertjes werden in een conflictsituatie gezet, Kohara tuurde naar hun gedrag. Hij vergeleek het wildtype met mutanten, die een of andere peptide misten waardoor sommige neuronen niet behoorlijk werkten.

Hij bestudeerde het fenomeen van sensorische integratie in zijn wormen. De som van alle geuren, de waarneming van wat lekker was. Volgens reductionisten ging het om simpelere mechanismen, trekken en duwen, direct van zintuiglijke cellen naar motorische cellen: van gewaarwording naar actie, zonder denken, zonder tussenliggend proces van samenvoeging of informatieverwerking. Maar Kohara geloofde in het bewustzijn van de wormen.

De wormen niet, derhalve hij niet. Of: hij wel, dus de wormen óók.Kohara liet zijn geest dwalen, zwemmen, golven, op het ritme van de rondwormen, zoals zij zwommen.

Vooral de wormen die reeds voorbij de koperen barrière waren, in behoorlijke vaart, in volle chemotaxis naar butaandion, de zoete geur, zo sterk dat het stonk.

Richtte hij zich op de kronkelaars, de twijfelaars, wriemelend, wurmend, dan dreven zijn gedachten terug naar gisteren, naar de verstoring, de scheur in zijn dagelijkse routines.

Liever de ijverige zwemmers, de zelfzekeren.
Ideaal proefdiertje voor moleculaire biologie, voor genetische experimenten. Het spelen van een spelletje,‘evolutie’ geheten. Orgaanontwikkeling en apoptose, het proces van geprogrammeerde celdood. Vooringenomen wegvalling. Ingebakken zelfmoord. Er kon wat geleerd worden van het wormpje.
Mevrouw Miyata kwam binnen, groette haar baas, droeg in haar opgewonden ogen een vraag om verklaring die ze niet durfde uit te spreken. Kohara verkoos te zwijgen en diepe concentratie op het schouwspel in
de petrischaal te etaleren. Wat kon hij zeggen? Dat hij plots een onverklaarbare behoefte had om zelf het werk van zijn medewerkers uit te voeren?
Mevrouw Miyata zou de anomalie snel vergeten. De beste procedure: oude verwachtingen versterken. Kohara kon gewoon weer de betrouwbare, ongeduldige professor zijn, op wie iedereen mocht rekenen dat hij zelden te zien was, wat er ook gebeurde. Gisteren was nooit gebeurd. Er was geen gisteren, geen verleden, geen geschiedenis. Er was alleen de toe-
komst die telde, de dingen die hij zou doen, later, vanaf nu, de verantwoordelijkheid die hij zou dragen, als vader, als hoofd van een lab, als wetenschapper, burger, mens.
De bourgeois! De hypocriet! Camus in plaats van Sartre. En toch: de liefde voor het abstracte, de zuivere vormen, het eeuwige worstelen tegen de omstandigheden, om zich uit de wurggreep van de context te bevrijden.

Paperback met flappen

224 blz.
Prijs: € 18,50.
ISBN: 9789492313133
Verschenen september 2016

Jan Lauwereyns