NOODNAAM

Het kan niet zijn
dat ik naar jou vernoemd
te zeggen heb wat jij in mij
verbloemt,

als tegelijk niet ook jouw aarde
op mijn hemel doelt, tenzij
je dat bij mijn geboorte hebt
voorvoeld.

In het titelgedicht, maar ook op andere plaatsen in zijn nieuwe bundel, schrijft Wiel Kusters op elegische toon, maar zonder pathos, over zijn beide overleden broers, van wie hij er een niet gekend heeft. Daarbij komt hij, zo lijkt het, tot de conclusie dat de dichter in zijn schrijven en spreken zoiets als een broer van zichzelf moet zijn. In de woorden en klanken van zijn zowel vreemde als nauw aan hem verwante stem.

‘Hij zet […] de eenzame, op eigen kracht voortploeterende mens neer op een wijze, tragisch en onbetaalbaar, die zijn weerga in de Nederlandse literatuur niet kent.’ Trouw

‘Literatuur zoals die in de mooiste, meeste extreme vorm tot je kan komen. Meer dan vijf sterren.’ Tros Nieuwsshow

‘Met zoveel speelsheid en humor opgeschreven.’ NRC Handelsblad

‘Een fascinerend boek.’ Het Parool

‘Goud.’ Vrij Nederland

HOHNERIn een la van de keukenkast
lagen de sigaretten van mijn vader
een boekje over eerste hulp bij ongelukken
(een man is uit voorzorg op een plank gaan staan
en trekt met een wandelstok
de elektrische draad
van het lichaam van de geëlektrocuteerde ander)
een alarmpistool –
veel dat mij is ontschoten
en een mondharmonica van het merk
Hohner – The Echo Harp.Op het doosje een berglandschap
een houten huis
rook uit de schoorsteen
en op de voorgrond een man
die een pad bewandelt
naar ons toe.

Mijn broer bespeelde The Echo Harp
La Paloma
of schoot met het pistool
wanneer hij niet tekende, schaakte, las
of al het andere waar hij
goed in was.

Nooit kwam ik tot muziek
op zijn Hohner
nooit tot iets anders dan een sireneachtig
in en uit van adem

wel proef ik het hout
ruik daarvan de wat zoete geur
wanneer het vochtig wordt
van mijn speeksel
voel hoe mijn mond
dorstig wordt en droog.

Het is geen muziek
waarmee mijn broer nu
uit het gebergte van zijn dood
nader treedt

het is een ademen
een ademen alleen
in in in

en een janken
zoals vroeger nooit
door hem
geuit.

Auteur