Bassani was een zoon van welgestelde joodse ouders. Hij ging naar school in Ferrara en in 1939 studeerde hij ondanks de rassenwetten af aan de letterenfaculteit van Bologna.
In 1943 werd hij opgepakt op verdenking van clandestiene activiteiten tegen het fascisme. De brieven die hij vanuit de gevangenis aan zijn familie schreef, werden in 1981 onder de titel Da un prigione (Vanuit een gevangenis) gepubliceerd in de Corriere della Sera. In datzelfde jaar trouwde en verhuisde hij van Ferrara naar Florence en later naar Rome.
Hij bracht zijn eerste prozabundel Una città in Pianura uit in 1940, wat door de rassenwetten moest onder het pseudoniem ‘Giacomo Marchi’. Zijn eerste dichtbundel Storie dei poveri amanti e altri versi verscheen in 1945.
In 1947 kwam Te lucis ante uit, in 1953 Passeggiata prima di Cena, in 1958 Gli occhiali d’oro (De goudgerande bril) en in 1959 Le storie Ferraresi. In 1948 begon hij te werken als redacteur bij het literaire tijdschrift Botteghe oscure en later ook bij het tijdschrift Paragone. In 1964 werd hij vicevoorzitter van de RAI. Als eindredacteur bij de Feltrinelli-uitgeverij lukte het hem Il Gattopardo van Giuseppe Tomasi di Lampedusa uit te geven.
Zijn toppunt van succes beleefde hij in 1962 met Il giardino dei Finzi Contini (De tuin van de familie Finzi-Contini). Hierna volgden Airone (De reiger) in 1968 en Il romanzo di Ferrara in 1974.
Hij overleed op 13 april 2000 en werd begraven op de joodse begraafplaats in Ferrara.

Uitgeverij Koppernik

Meld u aan voor onze nieuwsbrief en ontvang bericht bij nieuwe boeken.

Dank voor uw aanmelding.