Juist de prozaschetsen laten als het ware uit de eerste hand zien waar het Rilke in zijn grootse
gedichtencollecties en -reeksen om te doen is: de natuur of de werkelijkheid erdoor gegrepen
kunnen begrijpen, en dat door middel van juist het materiaal dat de mens ervan
(onder)scheidt: de taal. Hij wil als het ware opgaan in het natuurlijke juist door de
kunstmatig lijkende reflectie erover niet op te geven, want hoort die niet tot de aard of natuur
van de mens? Rilke doet dat door te proberen zo terloops mogelijk gespitst te zijn op
momenten en verschijnselen die ons even uit het dagdagelijkse, normale bestaan trekken,
zoals wanneer in de sequentie van zijn fictieve droomdagboek de tijd zich toont in ‘vreemde
langgerekte ogenblikken waarin ik heel veel zag’.

De andere kant van de natuur en ander kort proza omvat twaalf prozaschetsen die Rilke in
het tweede decennium van de twintigste eeuw schreef en die niet eerder samen in
Nederlandse vertaling in boekvorm verschenen.

‘De man loopt alweer verder. Hij doet alsof hij het niet begrepen heeft. Hij lijkt achteloos te lopen, maar toch probeert hij naar de hond te kijken, zo nu en dan. Hij ziet hem sukkelig en typisch desperaat rondstruinen, vooruitlopen, achterblijven. En ineens staat hij enkele passen verderop te scharren, vanuit zijn geconcentreerde achterlijf naar voren gestrekt in de richting van zijn volger. Met grote zelfoverwinning maakt hij een paar lichtzinnige en kinderlijke speelbewegingen, als om de indruk te wekken dat zijn voorpoten een levend iets vasthouden. En dan pakt hij zonder een woord de steen die deze rol moest spelen in zijn bek.’

Vertaling Huub Beurskens

Paperback met flappen, 96 blz.
Prijs € 17,50
ISBN 978 94 923 1367 6

Verschijnt mei 2019

Auteur