Voor Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky waren de gedichten van Alexander Koesjner essentieel: ‘Koesjner is een van de beste Russische lyrische dichters van de twintigste eeuw, en zijn naam is voorbestemd om in één adem genoemd te worden met degenen die iedereen wiens moedertaal Russisch is nauw aan het hart liggen.’

Koesjner spreekt tot ons vanuit een plek waar het mythische en het historische naast het leven van alledag bestaan, waar Odysseus onder ons is en de ‘strenge stem’ van de geschiedenis elk openbaar plein kan veranderen in een afschrikwekkend schoollokaal. Deze opeenstapeling van tijden en gebeurtenissen is ook terug te horen in Koesjners direct herkenbare poëtische stem. Echo’s van eerdere Russische dichters en stijlen verrijken en compliceren een idioom dat volledig natuurlijk en hedendaags is.

Met Apollo in de sneeuw, samengesteld en vertaald door Peter Zeeman, verschijnt er voor het eerst een bundeling van Koesjners gedichten in het Nederlands.

‘Koesjner schrijft met de pulserende directheid van Boris Pasternak en de kalme zelfbeheersing van Anna Achmatova.’ Publishers Weekly

‘Poëzie is in wezen de zoektocht van de ziel naar zijn bevrijding in taal, en het werk van Alexander Koesjner is een geval waarbij de ziel die bevrijding heeft verworven.’ Joseph Brodsky

Twee jongens

Voor A. Bitov

Twee jongens, lummels die de tijd verbrassen,

Geen paraplu’s, geen truien aan, geen jassen.

Ze zitten op een wip daar in de regen,

Zijn door hun liedjes heen – soms zit het tegen…

Wat is het morgen? Maandag of toch vrijdag?

Het lijkt ze dat hun jeugd maar niet voorbijgaat.

De ene gaat omhoog, de ander naar beneden.

Een vlindertje is op een schouder neergestreken.

Omhoog, omlaag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.

Geen zorgen en geen liefde, zelfs geen kattenkwaad.

En alles ligt nog in ’t verschiet – achter een zee

Van paardenbloemen.

Voel me net een van die twee.

 

De jongleur

 

Gewichtloos zoals de planeten,

Wier banen ik begrijp noch ken,

Doen glazen zwaartekracht vergeten

En keren feilloos terug naar hem.

 

Ze fonkelen in hoger sferen,

Ontsnappen aan hun dagelijks lot.

Ze blijven schoon! Wat kan hun deren?

Ze gaan de lucht in – niet kapot.

 

En de jongleur? In de belichting

Glanst wit zijn kruin, blauw een revers.

Van de theaterschool een leerling,

Voert hij zijn nummer op met flair.

 

En zonder uit de toon te vallen

Gaan rap als eekhoorns glazen rond.

‘Hé, assistente! Schotels, ballen!

En raap die kegel van de grond!

 

Hup, messen, kaarsen! Tempo, tempo!’

En alles cirkelt als voorzien.

Als Shiva heerst hij, deze maestro,

Want hij bezit een hand of tien.

 

De karaf

 

O water, wonderschoon in de karaf,

Een bol, doorzichtig, in z’n val bevroren!

Wat doet ie hier? Hoe is ie hier beland,

Op dit bureau, in deze grootse toren?

O welke tuinen parelend in dauw

Hebben we níet en welke wél onthouden?

Gelukkig is er water dat vermag

Getrouw niet-eigen vormen te herhalen.

En de karaf zelf drijft als ’t ware aan,

Als een verschijning van gesmolten schotsen,

Als het concreet geworden droombeeld van

Verdwaalden die van dorst zijn omgekomen.

 

Wat zal ik doen? Neem ik een flinke slok

Uit de karaf? Om daarbij dan te merken

Hoe nader tot het hart de kilte komt

Van niet te dragen deernis met voorwerpen?

Als een collegaatje zich tot mij wendt,

Slaak ik een zucht (heeft niets met haar te maken).

Gescheiden door wat zich aan ’t oog onttrekt,

Bekijken ze elkander, lucht en water.

 

PTT

 

Een postkantoor kent droeve humor.

Een telegram is makkelijk,

Maar een naargeestig woord als ‘tumor’

Kost evenveel als ’t woord ‘geluk’.

Bij Telegrammen leer je schrijven:

Op elke komma wordt gelet.

O hoeveel keren in ons leven

Verschenen wij voor dat loket!

‘Na wie ben ik?’ was wat we hoorden.

En men ging bezig, nonchalant,

Met vijf oneindig trieste woorden

Op een papiertje in een hand.

Het potlood van de postbeambte

Verstarde boven ons verdriet.

En dan een bel die plots verwanten

Niet langer rustig slapen liet.

 

Vertaling Peter Zeeman
Paperback
48 blz.
Prijs: € 15,00
ISBN: 9789492313263
Verschenen februari 2017

Alexander Koesjner