Een onwaarschijnlijke vriendschap tussen een vergeten vogelverschrikker en een verloren pop. Een ongelukkig partnerschap tussen een rechter en een linkerhand. En een onbuigzame reus die vergeet hoe hij moet luisteren. Deze drie korte, poëtische sprookjes brengen je van een concertgebouw naar een veld vol bloemen en van reusachtige bergtoppen naar een dorp in een vallei met mensen zoals jij en ik.    

Arjan Peters in De Volkskrant:

Trefzeker op de korte baan was Cynan Jones altijd al, de schrijver uit Wales die in De burcht, Inham en De lange droogte zelfs met witregels voor ontroering kon zorgen. En hij kan nóg korter. Dat bewijst 3 sprookjes, geïllustreerd door Rohan Daniel Eason, dat begint met ‘De handen van de pianist’ en meteen een voorstelbare twist bespreekbaar maakt: de rechterhand van een pianist krijgt altijd veel meer aandacht (bij begroetingen, maar ook van de componist) dan de linker, die maar een beetje voor begeleiding moet zorgen en nooit applaus krijgt.

Maar de rechter wil juist weleens minder in de schijnwerpers staan en doen waar hij zin in heeft, omdat er toch niemand op hem let. Na een kribbig maar goed gesprek komen de handen tot een oplossing: ”Misschien moeten we ruilen’, zei de Linkerhand. En beide stemden in. En zo kwam het dat op een dag, op de ochtend van een groot concert, de Pianist wakker werd en merkte dat hij zich diep in de nesten bevond.’ Hoe dat afloopt, kan iedereen lezen die zich dit kleinood aanschaft, dat in een beperkte oplage verschijnt op 25 mei, Bookstore Day.

Jan van Mersbergen bij de Revisor:

’De afgelopen week las ik drie boeken met totaal verschillende vertellingen die me alle drie op hun eigen manier wezen op taal en vertellingen, op het nu en het verleden van een verhaal en vertelling, op krachtige betrouwbare taal door een onbetrouwbare verwarde verteller en op een zoektocht naar verschillen tussen schrijver en personage die uiteindelijk de vondst van overeenkomsten bleek te moeten zijn.

‘Nu, dit was al heel lang geleden,’ zo begint het derde sprookje in 3 sprookjes van Cynan Jones, vertaald door Jona Hoek. Het kleine boekje met tekeningen van Rohan Daniel Eason is door uitgeverij Koppernik uitgegeven als geschenk, en een mooi geschenk. Zeer korte moderne sprookjes over een pianist wiens handen ruzie krijgen met elkaar, over een vogelverschrikker en een verdwaalde pop in een bloemenwei en over een reus die de baas gaat spelen. Vooral dat nu in die laatste vertelling is interessant. ‘Het was zelfs eens heel lang geleden, toen al dit soort dingen wel leken te gebeuren,’ gaat Jones verder. Cursief, want het is een sprookjescitaat. En ook opvallend: ‘leken te gebeuren’. Jones speelt met echt en onecht, zoals sprookjes natuurlijk allemaal onecht zijn, maar wel in hun vertellingen waar.’

https://revisor.nl/entry/2706/deze-week-gelezen-jones-spoelstra-meyer

 

De Pianist lag te slapen toen zijn handen wakker werden en ruzie begonnen te maken. 

Hij had die dag een fantastisch concert gegeven, zijn beste ooit zei iedereen. De mensen bleven maar klappen en klappen terwijl hij trots met zijn rechterhand naar de menigte zwaaide, zijn linkerhand stak nonchalant en onzichtbaar in zijn zak of wiste het zweet van zijn voorhoofd met een zijden zakdoek.

’s Nachts, toen het gesnurk van de Pianist klonk als iemand die een tuba bespeelt in bad, begonnen zijn handen te praten. 

‘Bedankt dat je me vandaag ondersteunde,’ zei de Rechterhand, moe na zijn verbluffende optreden.

En de Linkerhand was boos.

‘O!’ zei hij sarcastisch. ‘Het was me een genoegen.’

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg de Rechterhand.

‘Jij bent altijd de ster,’ zei de Linkerhand. ‘Jij krijgt altijd de mooie melodieën. Ik heb mensen ze horen fluiten na afloop van onze concerten terwijl ze de zaal uitliepen. Niemand merkt het werk op dat ik moet doen, daar beneden, onder jou… plodder plodder.’

Het was niet de eerste keer dat ze ruzie hadden gemaakt.

‘Jij móét tenminste niet altijd de mensen vermaken,’ zei de Rechterhand. ‘Het is vermoeiend. En soms verveelt het me om almaar dezelfde dingen te spelen, steeds weer dezelfde deuntjes bij een optreden zodat de mensen ze kunnen onthouden om voor zichzelf te fluiten. Jij verandert alles afhankelijk van wat je speelt – terwijl ik hetzelfde ding maar wat opsier.’

‘Maar jij krijgt het applaus.’

‘Alleen omdat ik opvallender ben.’

‘Ik wil applaus. Ik wil dat men mij opmerkt. En het is ook niet alleen maar bij concerten. Het is bij alles. Jij bent zijn favoriet.’

‘Wat bedoel je?’ vroeg de Rechterhand.

‘Hij zwaait jou naar het publiek.’

‘En jij wist het zweet van zijn voorhoofd.’

‘Jij houdt zijn glazen champagne vast als hij op feestjes staat.’

‘En jij krabt als het jeukt, of jaagt een vlieg weg.’

‘Jij schudt de handen van de politici die hij ontmoet, en de prinsen en belangrijke mensen.’

‘En jij houdt zijn kindje bij de hand als hij in het park loopt.’

Soms benijdde de Rechterhand de Linkerhand. Het was waar dat hij imposanter was – meer aandacht kreeg tussen de mensen of verzocht werd grootse gebaren te maken; maar soms verlangde hij sterk naar de simpelere taken die hij maar nooit leek te krijgen. Die hem belangrijker leken. Die gebeurden om iemand op zijn gemak te stellen.

‘Jij hebt zijn trouwring, en draagt zijn horloge,’ zei de Rechterhand.

‘Ik moet in zijn neus peuteren!’ wierp de Linkerhand tegen.

‘En ik zwaai met een vinger naar zijn kind als het zich misdraagt in het park.’

De Linkerhand had moeite te begrijpen waarom de Rechterhand zo’n medelijden met zichzelf had.

De Rechterhand hield van het feit dat het de Linkerhand vrijer stond te veranderen omdat niemand echt op hem lette en er niets bijzonders verwacht werd. Een half nummer lang plodder plodder, steeds weer dezelfde lijn onder een hoge melodie herhalen. Maar dan – als men hem bijna vergeten was, als hij meer deel van de piano was geworden dan van de muziek – veranderde hij voorzichtig en maakte daardoor alles anders. En dan werd men geraakt, verrast, omdat men in slaap gesust was, niets verwachtte en zich alleen op het voor de hand liggende concentreerde. 

‘Misschien moeten we ruilen,’ zei de Linkerhand. En beide stemden in.

Vertaling Jona Hoek

Hardcover, 43 blz.

Met illustraties
Prijs: €9,-
ISBN:9789492313737

 

Cynan Jones