Francis Ponge wordt de ‘dichter van de dingen’ genoemd omdat hij de dingen als zodanig zou willen laten verschijnen – maar klopt die benaming wel? Het zakboekje van het pijnboombos laat veeleer zien dat het Ponge vooral gaat om het intensiveren van menselijke betrekkingen tot de dingen, en dat hij dit probeert te bereiken via wat ons juist van de dingen onderscheidt en scheidt: de taal. Het zakboekje van het pijnboombos is een soort logboek, bijgehouden onderweg naar een gedicht, waarin gaandeweg duidelijk wordt waarom zo’n sluitend gedicht over het pijnboombos zich niet laat schrijven; het open, zichzelf voortdurend bevragend, bijsturend en hernemend poëtische werkverslag neemt als het ware het beoogde doel weg en laat zodoende zelf de relatie van de talige mens tot het ruisende bos tot gelding komen.

Het zakboekje van het pijnboombos werd voor het eerst in het Nederlands vertaald en is van een instructief nawoord voorzien door Christian Hendrikx.

Oorspronkelijke titel Le Carnet du bois de pins – vertaling Christian Hendrikx

‘Ponge, met zijn dichterlijke geest, schreef bij voorkeur geen gedichten, maar notities die daar de aanleiding voor hadden kunnen zijn. In een ‘Aanhangsel’ bij Het zakboekje van het pijnboombos schrijft hij dat het hem ‘veel minder gaat om het ontstaan van een gedicht dan om een (verre van geslaagde) poging tot de vernietiging van het gedicht door zijn onderwerp.’ Ook het boekje Zeep, waarmee hij wat later in de oorlogsjaren begon (1942), schreef hij met dezelfde instelling. Het is net zo’n sprankelend, speels en tastend boekje als Het zakboekje van het pijnboombos. Ik hoop dat (oproep voor uitgeverij Koppernik) ook dit boekje weer algemeen beschikbaar komt voor de Nederlandstalige lezer.’ De Reactor

 

Op zeven augustus 1940 begint Francis Ponge een logboek bij te houden over zijn zoektocht naar een gedicht over het wezen van een ding, in dit geval: ‘het pijnboombos’. ‘Het zakboekje van het pijnboombos’ is een schitterend experiment en een heus taalavontuur. Geendagzonderboeken

‘Francis Ponge (1899-1988) schreef met Het zakboekje van het pijnboombos (1947) een van de meest fascinerende teksten binnen zijn omvangrijk en veelzijdig oeuvre. Het is een soort logboek, ‘onderweg naar een gedicht’, waarin Ponge zijn moeizame arbeid om het wezen van een pijnboombos in poëzie te vatten minutieus uit de doeken doet.’ Mappalibri

 

‘Dat alles om tot poëzie te komen: die interactie tussen de tastbare werkelijkheid, de wereld van de dingen, en de werkelijkheid zoals die zich in zijn geest afspeelt. Het zakboekje van het pijnboombos is een evocatie die je een pijnboombos nooit meer als voordat je het las laat ervaren.Poetry makes nothing happen? Om te ervaren wat poëzie kan doen moet je Ponge lezen.’ Meander

 

‘Is het werk van Francis Ponge onwaar? Had hij niet over een pijnboombos, maar over overvliegende bommenwerpers moeten dichten? Zou dat zelfs de reden kunnen zijn waarom het gedicht nooit van de grond kwam? Aan Ponges engagement lag het zeker niet. Al in 1937 werd hij lid van de communistische partij en tijdens de Tweede Wereldoorlog riskeerde hij zijn leven als lid van het Franse verzet. Lafheid valt hem dus onmogelijk verwijten. Misschien kan je Ponges houding in dit boek veeleer duiden als een tweeledige vorm van verzet en afwijzing, zowel van een oorlog en ideologie die hij actief heeft bestreden als van de talige onderwerping van een bos dat hem zo dierbaar was.’ Tzum

7 augustus 1940

 

Het genot van de pijnboombossen:

Je komt er gemakkelijk vooruit (te midden van die hoge stammen met hun tint tussen die van brons en rubber). Kaal zijn ze. Zonder lage takken. Er is geen wanorde, geen warboel van lianen, niets wat hindert. Wanneer je er gaat zitten, kun je je gemakkelijk uitstrekken. Alom ligt tapijt. Hier en daar gemeubileerd met een rotsblok, en bezet met wat dwergbloem­p­jes. Zoals bekend hangt er een gezonde lucht, een niet opdringerige, aangename geur, een muzikaliteit die vibreert, maar op zachte en weldadige wijze.

Deze hoge violette masten, nog met resten korstmos en hun gegroefde bladderschors.

Hun takken benaalden zich en hun stammen pellen zich.

Deze hoge schachten, allemaal helemaal van dezelfde specifieke soort. Deze grote zwarte of op zijn minst creoolse masten.

 

7 augustus 1940 – namiddag

 

Het is gemakkelijk voortstappen tussen deze hoge zwarte of in elk geval creoolse masten, nog geschorst en met korstmos tot halverwege, strak als brons, buigzaam als rubber.

 

*

 

(Ik gebruikte niet robuust, want dat adjectief is toepasselijker voor een andere boomsoort.)

 

*

 

Geen wirwar van touwen of lianen, geen planken maar dikke tapijten op de grond.

 

*

 

Robuust is toepasselijker voor een andere boomsoort, al is de pijnboom dat toch ook, hoewel die als geen andere boom buigt zonder te knakken…

 

*

 

Een staak en een kegel en kegelvormige appels.

 

8 augustus 1940

 

Midden in deze veelheid… Aan de voet van deze zwarte of in elk geval creoolse masten niets wanordelijks, geen enkele belemmering door lianen of touwen, geen geschrobde planken op de vloer, maar een dik tapijt.

Van de voet tot halverwege gekroesd met korstmos…

 

*

 

Helemaal geen vlechtwerk van lianen of van touwen waardoor de wandelaar wordt opgehouden midden in de veelheid van die hoge zwarte of creoolse masten, die nog tot halverwege met korstmos zijn begroeid.

 

*

 

Bevrijd (tot halverwege) van hun takken, zowel door de eigen zorg louter om hun groene kruin (om de groene kegel van hun kruin) als door de behoorlijke donkerheid samen met hun massaliteit…

Dat is ook de reden dat de vogels naar de hoogten zijn verbannen.

 

*

 

Prachtig is dat tapijt van jade, in die gebieden waar je zou denken dat elke vegetatie zou moeten hebben afgedaan, waar alle lagere takken massaal afgevallen zijn.

 

*

 

Is de pijnboom niet de boom die het meeste dode hout voortbrengt? Die zich om het grootste deel van zijn ledematen, om het grootste deel van zichzelf niet bekommert, die zich daar totaal niet voor interesseert, die zich alle sap onthoudt louter ten gunste van de kruin (van de groene kegel)? Vandaar die geur van gezondheid die tussen de kale stammen hangt…

Hij laait alleen op met zijn hoogste top: enigszins als een fakkel.

Het is een welriekende boom en dat niet alleen door zijn bloei.

 

9 augustus 1940

De wind, heel zacht, helemaal naar boven gevoerd, net als vogels en de vlinders. En het vibrerende concert van zwermende insecten.

 

*

Met een afgeleefd uiterlijk, grijs als de baard van zwarte bejaarden.

 

*

Je voelt je heel aangenaam daaronder, terwijl in de kronen iets heel harmonisch en muzikaals gaande is, iets heel zacht vibrerends.

 

Vertaling Christian Hendrikx
Paperback, 72 blz.
Prijs: € 16,50
ISBN: 978 94 923 1345 4
Verschenen mei 2018

Francis Ponge