Project Description

Wormen die net hebben gegeten, zijn geneigd
om een plekje met veel lekker eten te verlaten
op zoek naar hermafrodieten.
Uitgehongerde wormen blijven bij het voedsel,
ook al is er geen enkele hermafrodiet in de buurt.
Maar laten we aannemen dat het mannetje
trek heeft in seks.

(Waarom anders binnenstappen bij Het Geheim?)

Hij golft er elegant op los.
Theorie van de rondworm is een bundellang gedicht over dansen, wormen, een
snackbar die Het Geheimen heet en vooral over de gevolgen van een onbewuste,
onbedoelde beweging.

Over Theorie van de rondworm

‘Een bundel die je met gemak van kaft tot kaft leest en je de nodige piekerdromen bezorgt.’
Wouter van der Land

‘Een opmerkelijke, eigenwijze, humoristische en tot nadenken en herlezen stemmende bundel.’
Levity Peters, Meander Magazine

‘Dat is de honger van de neurowetenschapper Lauwereyns, een honger waarmee hij de lezer besmet.’
Ruben Hofma, Liter

‘Theorie van de rondworm is een bijzonder mooi boekje. Jan Lauwereyns brengt zijn bijna weirde, neurowetenschappelijke obsessies en zijn lyrisch dichterschap samen in een harmonieuze serie.’
Erik Lindner in Revisor

Over Hemelsblauw:

‘Een bundel waarmee de poëzie een nieuwe weg inslaat, een bundel die ons uitnodigt misschien wel geheel nieuwe horizonten te verkennen.’

Juryrapport VSB Poëzieprijs

‘De nutteloze, overbodige, triviale pracht
van het lichaam in de dans:

wie waanzin wil begrijpen,
moet de beweging bestuderen.’

_______

‘Hij doolde eenzaam als een wolk,
drijvend in de hoogte, onder de wassende maan,
toen een fragment van zijn denken loskwam, even bleef
fladderen, en neerdwarrelde op zijn schaduw
die langer en langer werd.

Dunne straten, steegjes, liepen elkaar voor de voeten.
Het oosten verwarde zich met het zuiden, hij was een paard
vrijgelaten in het veld,
in de diepte van de kloof die golven baarde,
in de hersenen als doolhof, de nieuwe huizen
in de karakteristieke woonbuurt,
onmogelijk te onderscheiden,
het waanbeeld van een rib die razende danste
in de herinnering aan zichzelf,
de figuur van een pasgeboren ster, die de wilde grassen
scherper deed oplichten tegen de schaduwen
de limieten van het veld.

In de verte schitterde Het Geheim.

(..)
waar vooral ‘s nachts hapjes voorgeschoteld worden,
aan eenzame mannen.

(..)
Wanneer breekt het ogenblik aan
waarop we het meervoudige van mogelijkheden zien?

Hij slaagde er niet in de ene
met de andere te verenigen.

Kon de onbevlekte ballerina van weleer
werkelijk een ordinaire bardame geworden zijn?’